Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en onderstand aan de Europeesche en daarmede gelijkgestelde officieren zijn gegeven bij K. B. van 1 Dec. 1879 (Ind. Stbl. 1880 n°. 22) ').

Ook voor de gagementen enz. der Europeesche militairen beneden den rang van officier en der aan hen gelijkgestelde militaire personen bij de landmacht in N.-I., alsmede voor de pensioenen hunner weduwen; voor de gagementen enz. der inlandsche en Afrikaansche militairen; voor de pensioenen der weduwen van officieren en minderen in den strijd gesneuveld en voor onderstandsgelden van de kinderen van dezen, zijn regels bij verschillende Koninklijke besluiten vastgesteld.

Schutterijen vindt men in Nederlandsch-Indië in 10 gewestelijke hoofdplaatsen (5 op Java en 5 in de buitenbezittingen) en verder in 4 kleinere plaatsen in hoofdzaak in de residentie Amboina. Alleen Europeanen, of Europeanen en zoogenaamde inlandsche burgers (veelal afstammelingen van niet-inheemsche inlanders) maken deel van de schutterij uit.

Voorts zijn er op Java eenige gewapende uit Inlanders bestaande korpsen, die niet bij het leger zelf behooren.

Wij noemen hier de lijfwachten-dragonders, die ter beschikking zijn van den Soesoehoenan van Soerakarta en den Sultan van Djokjakarta, doch onder bevel staan der residenten. Zij dienen tot militairgeleide en kunnen ingeval van oorlog gevoegd worden bij de overige cavalerie. Vervolgens het legioen van Mangkoe Negoro (waarvan het in dienst houden berust op een verplichting van het M. N.'sche huis te Soerakarta), bestaande uit de staf, een bataljon infanterie en een half eskadron cavalerie; de barisans, sedert het opheffen van het zelfbestuur in Madoera, Soemenep en Pamekasan, gouvernementskorps, bestemd tot handhaving van orde en rust en tot militaire doeleinden ingeval van oorlog of expedities; en korpsen gewapende politiedienaren in 1897 in de gouvernements-residentiën op Java in dienst gesteld en samengesteld in hoofdzaak uit Inlanders uit de Minahassa en Madoereezen en voorts uit Madoereezen en Javanen uit andere streken dan waar zij worden gestationneerd.

Voor de opleiding tot officier bij het Indische leger wordt gelegenheid gegeven aan de militaire academie te Breda, en de cadettenschool te Alkmaar, boven reeds besproken, terwijl te Meester Comelis, in de residentie Batavia gelegen, eene school is bestemd

1) Laatst gewijzigd Ind. Stbl. 1902, n°. 382.

Sluiten