Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevorderd de volle ouderdom van vijf en twintig jaren, het volle genot der burgerlijke rechten, en het betalen van belasting over een jaarlijksch inkomen van f 1400 of meer, of het betalen eener som in de gezamenlijke directe belastingen, waarvan het bedrag bij het door de Koloniale Staten vast te stellen kiesreglement wordt bepaald, maar niet minder dan f 20 en niet hooger dan f 100mag zijn '). Zij, op wie art. 28 van de wet van 1862 (Stbl. n°. 64) betrekkelijk de opheffing der slavernij, van toepassing is, nl. de vrijgemaakte slaven, zoolang zij nog onder het staatstoezicht verkeeren of zij, die bij rechterlijk vonnis van hun kiesrecht zijn ontzet, of gerechtelijk afstand hebben gedaan van hun goederen aan hun schuldeischers en dezen niet ten volle voldaan hebben, missen het kiesrecht 2).

Om tot lid der Koloniale Staten te worden verkozen, moet men aan dezelfde vereischten voldoen als voor het kiesrecht, met uitzondering van den census. Verder mogen niet verkozen worden de Gouverneur, de ondervoorzitter en de leden van den Raad van Bestuur, noch de gouvernements-secretaris der kolonie, noch krijgslieden in werkelijken dienst, terwijl ook bloedverwantschap tot en met den tweeden graad of zwagerschap tusschen de leden onderling niet mag bestaan. Eindelijk worden zij, die onbekwaam zijn om als kiezers op te treden, uitgesloten ').

De leden worden voor den tijd van zes jaren gekozen; om de twee jaren treedt een derde af. Het beginsel van herkies baarheid is ook hier gehuldigd. Zij genieten geene schadeloosstelling; vergoeding van reis- en verblijfkosten kan hun bij koloniale verordening worden toegekend. Zij zijn bevoegd ten allen tijde hun ontslag te nemen, terwijl overigens het lidmaatschap vervalt door vestiging buiten de kolonie, door het verlies der vereischten, of tengevolge van onbekwaamheid om als kiezer op te treden, en eindelijk door het aannemen eener met het lidmaatschap onvereenigbare betrekking *).

1) Het kiesreglement is vastgesteld bij koloniale verordening van 15 Febr. 1868, gew. 18 Dec. 1893, 14 Dec. 1899 en 24 Dec. 1901. De geldende tekst is bekend gemaakt bij resolutie van 4 Jan. 1902 Gouvernementsblad n°. 1. De door de kiezers te betalen som wordt op minstens /"40 bepaald.

2) Reg.-regl. art. 70.

3) Artt. 71, 72, 73, ibid.

4) Artt. 74, 77 en 78, ibid.

Sluiten