Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het voorl. versl. der dubbele Tweede Kamer vindt men in het III® deel dier Handel., blz. 62 v.

De commissie van rapporteurs bestond uit de H.H. Mr. J. S. van Naamen, Mr. B. Wichers, Mr. A. J. Duymaer van Twist, Mr. J. K. van Goltstein, Mr. C. A. den Tex, Jhr. Mr. J. E. van PanHtrus, Van Beek Vollenhoven. De mem. v. beantw. vindt men ibid. blz. 84 v. Van de Eerste Kamer worden alleen in hetzelfde deel blz. 811, de processen verbaal van het onderzoek in de afdeelingen gevonden.

N°. IV (bladz. 157).

Zeer belangrijk voor de waardeering van het behoud van dit college is het oordeel, uitgesproken door een staatsman, wien niemand onbevoegdheid in dit onderwerp zal toeschrijven. „ Geheel ongegrond — zegt Mr. J. Heemskerk Az. (De Praktijk onzer Grondwet I. blz. 88) — waren de bezwaren der meerderheid niet; al is het inwinnen van de adviezen van den Raad van State zeer wel bestaanbaar met de ministeriëele verantwoordelijkheid, en al heeft ieder Ministerie op zijne beurt van die adviezen dikwijls veel nut getrok ken. Niet in kosten, die de Raad van State veroorzaakt, noch in het oponthoud der zaken is m. i. in den regel eenig bezwaar gelegen ; maar het bestaan van den Raad van State heeft deze schadelijke werking, dat hij voor eenige verdienstelijke en bekwame mannen eenen eervollen, onafhankelijken, staatkundigen werkkring opent zonder persoonlijke verantwoordelijkheid. Hii onttrekt dientengevolge meer krachten en bekwaamheden aan den actieven staatsdienst, dan hij ten behoeve daarvan doet aanwenden. De bekwaamste leden van den Raad van State, zij die het werk doen, zouden, indien die Raad niet bestond, waarschijnlijk, in den besten werktijd van hun leven, leden der Staten-Generaal of ambtenaren of ministers zijn, en alsdan meer praesteeren; of wel, zij hebben die betrekkingen reeds bekleed, en onttrekken zich daaraan al te gereedelijk voor het onbezorgde leven in het hooge staatscollegie. Wordt met iemands benoeming tot Staatsraad gewacht tot na den besten leefen werktijd, dan verliest de Raad zelve zijne waarde en aanzien, terwijl er toch altijd, door hoogen leeftijd der leden en door enkele min gelukkige keuzen, eenige zwakke elementen in zullen voorkomen.

„Juist omdat de verantwoordelijkheid der regeering noch wettelijk noch zedelyk gedekt wordt door de adviezen van den Raad van State,

Sluiten