Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan dat hooge collegie wel somtijds een onbedachten stap keeren maar geen aanspraak maken op eigenlijken staatkundigen invloed.' De diensten, die het bewijst, bepalen zich tot het uitoefenen van heilzame kritiek over ontwerpen van wetten en besluiten, en tot de administratieve rechtspraak. Een meer actief aandeel 'aan de wetgeving, dan het uitoefenen van kritiek, heeft de Raad van State in Nederland nog niet gehad; om dit te hebben, zou er eene zeldzame overeenstemming en samenwerking tusschen 's Raads afdeeling en den minister, die de wet moet voorstellen en verdedigen worden vereischt. De heer Heemskerk teekent bij deze woorden aan dat hij, na het schrijven daarvan tot lid van den Raad van State benoemd en hoog ingenomen met de vruchtbare samenwerking met zijne ambtgenooten, geene aanleiding heeft om van het aangevoerde iets terug te nemen. „Initiatief en dus politieke kracht" — voegt de schrijver daarbij - kan de Raad van State niet uitoefenen, hoe ook samengesteld; zelfs zijn wederstands vermogen tegen eventueele gevaarlijke voornemens is zeer beperkt; maar door dat hij sedert 1814 alle grootere en kleinere landszaken heeft behandeld, bezit hij als collegie, gerugsteund door zijn belangrijk archief, eene hoeveelheid ervaring en kennis, die nergens anders te vinden is. Daaraan moet hij de voorstellen, die hem worden onderworpen, toetsen. Hij zegt te vrijer en onbevangener zijn oordeel, omdat hij niet in het openbaar spreekt."

N°. V (bladz. 653).

Bij Koninklijk besluit van 10 Augustus 1903 (Stbl. n° 253) is overgegaan tot de instelling in Nederland van het candidaat-ambtenaarschap voor den Indischen administratieven dienst en zijn de voorwaarden vastgesteld van uitzending uit Nederland van candidaatIndische ambtenaren.

De daarin vervatte voorschriften komen in het kort op het volgende neer. Te beginnen met 1905 zullen in Nederland tot het afleggen van het groot-ambtenaarsexamen voor den Indischen dienst alleen worden toegelaten zij die te voren door den Minister van Koloniën zijn aangewezen als candidaat-Indisch ambtenaar. Deze wordt daartoe bijgestaan door eene commissie van ten minste 5 leden, die bij haar onderzoek naar de aanbevelenswaardigheid van de sollicitanten op hun verleden en leeftijd let en hen aan een examen onderwerpt

Sluiten