Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch door iedereen, die zich eenigszins nauwkeuriger op de hoogte wil stellen, zal worden geraadpleegd. Waar ik mij misschien op andere punten niet zoo strikt er aan gehouden mocht hebben niet meer dan noodig te wijzigen, of een grootere uitbreiding aan het werk mocht hebben gegeven dan met het karakter eener „Schets" is overeen te brengen, zij als verontschuldiging aangevoerd, eenerzijds dat het moeilijk is het juiste midden te bewaren, anderzijds dat eenige uitvoerigheid op punten, waar de bronnen niet overvloedig zijn, sommigen lezers allicht aangenaam zal wezen.

De tijd verloopen tusschen het verschijnen van de eerste en de laatste aflevering doet het wenschelijk voorkomen hieronder eenige wijzigingen en aanvullingen aan te geven, welke de behandelde stof heeft ondergaan (tot en met 31 December 1903), terwijl tevens van de gelegenheid gebruik wordt gemaakt eenige drukfouten, voorzoover deze althans zinstorend werken, te verbeteren. In de bij het werk gevoegde registers is hiermede ook rekening gehouden.

H. J. ROMEIJN.

's-Gravenhage, December 1903.

Bladz. 1 reg. 8 v. o. „Sedert het laatst der vorige eeuw". In verband met de wisseling der eeuw liggende tusschen het tijdstip, waarop de Inleiding werd geschreven en de verschijning van het werk, zal hier moeten worden gelezen: „Sedert het laatst deiachttiende eeuw."

Bladz. 22 reg. 2 v. o. i. pl. v. „gelijdelijk", lees: „geleidelijk". Bladz. 28 reg. 3 v. o. i. pl. v. „ De inhoud", lees: „ Den inhoud Bladz. 29 reg. 10 v. b. i. pl. v. „artikel 3", lees: „artikel 2". Bladz. 30 reg. 4 v. o. i. pl. „komt het niet voor", lees: „komtzij niet voor".

Blad. 34 reg. 2 v. b. Als noot hierop bij te voegen: „Als voorbeeld eener dergelijke naturalisatie noemen wij de wet van 26 Januari 1901, S. 38, houdende naturalisatie van Zijne Hoogheid Hendrik Wladimir Albrecht Ernst, Hertog van Mecklenburg, Vorst van Wenden, Schwerin en Ratzeburg, Graaf van Schwerin, Heer van de landen Rostock en Stargard, enz. enz. en regeling van de gevolgen dier naturalisatie.

Bladz. 35 reg. 10 en 9 v. o. i. pl. v. „de kolonie", lees: „een deikoloniën".

Bladz. 38 noot 3. Het ingezetenschap, voor zoover de wet op

Sluiten