Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wet van 14 Jan. 1901, S. 36, houdende regeling van het inkomen van den Gemaal der Koningin gedurende Hoogstdeszelfs weduwnaarstaat.

K. B. van 6 Febr. 1901 , S. 61. waarbij aan Zijne Hoogheid Hendiik Wladimir Albrecht Ernst. Hertog van Mecklenburg. Vorst van Wenden, Schwerin en Ratzeburg. Graaf van Schwerin, Heer van de landen Rostock en Stargard. enz. enz., wordt verleend de titel van Prins der Nederlanden, met het praedicaat: Zijne Koninklijke Hoogheid.

Zie ook hierboven de aanvulling bij bladz. 34.

Bladz. 93 laatste regel: Hierop als noot (6) te lezen: „Art. 31. De Koning is meerderjarig als zijn achttiende jaar vervuld is. Hetzelfde geldt van den Prins van Oranje, ingeval deze Regent wordt." Bladz. 93 noot 3. i. pl. v. „Art. 26 boven aangehaald", lees: „Art. 26. Zie bladz. 99 noot 3." (Zie ook onder verbetering hiervan).

Bladz. 98 noot 4. Hierbij op te merken. dat naar analogie hiervan een gelijk bedrag is vastgesteld als inkomen voor den Gemaal der Koningin gedurende Hoogstdeszelfs weduwnaarstaat. Zie boven aanvulling bij bladz. 87 noot 1.

Bladz. 99 noot 3 i. pl. v. „ Art. 29 " lees: " Art. 26 Bladz. 104 regel 3 v. b. Hierop als noot te plaatsen: „Art. 42. Ontbreekt een Prins van Oranje of heeft de Prins van Oranje zijn achttiende jaar niet vervuld, dan wordt in het regentschap voorzien op de wijze in art. 37 bepaald; in het laatste geval tot aan het tijdstip waarop hij zijn achttiende jaar vervuld heeft." Bladz. 106 noot 2. Bij te voegen: „(Vgl. art. 73, 3e lid)."

Bladz. 110 2e alinea. Hierop als noot te plaatsen:

„Ait. 54. De Koning is onschendbaar: de ministers zijn verantwoordelijk".

Staatscourant.

Bladz. 126 noot 1. Bij K. B. van 25 Nov. 1903 n°. 34, Staatse. 10 Dec. 1903 n°. 139 is een wijziging gebracht in de uitgave der Staatscourant, wat betreft het formaat van sommige der bijvoegsels en is de abonnementsprijs opnieuw vastgesteld. Zie ook K. B. 30 Juli 1842 en 21 Dec. 1851, n°. 7.

Reglement van orde voor den Raad van Ministers. Bladz. 143 v. Xa het optreden van het Ministerie Kuyper is bij Koninklijk besluit

Sluiten