Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het Reglement van Orde van den Ministerraad, bond volstrekt deze Regeering niet, die wat dit punt betreft, op een geheel ander standpunt staat.

Maar nu het Koninklijk besluit van 13 October jl., in behoorlijken vorm gecontrasigneerd in onze handen is, is critiek niet alleen geoorloofd, maar voor iemand die denkt zooals ik, zelfs plicht.

De Minister van Binnenlandsche Zaken maakt geen onderscheid tusschen Kabinetsraad en Ministerraad. Ik lees in de Memorie van Antwoord op ons verslag: „feitelijk zijn deze tweëerlei soort vergadering thans ineengesmolten". De Kabinetsraad is in ons staatsrecht bekend van af de komst van koning Willem I, bij zijn aanvaarding van de Regeering als souverein Vorst. Men kan dit lezen o. a. in hetgeen dezer dagen over Oijsbert Karei van Hogendorp werd gepubliceerd.

Onder Koning Willem II werd aan de ministerieele verantwoordelijkheid geen uitvoering gegeven. Hoewel zij in de Grondwet van 1840 was geschreven, werd zij tusschen 1840 en 1841 niet toegepast. Onder de Regeering van Willem II was er bijna nimmer Ministerraad, maar steeds Kabinetsraad. En wat wij daarvan weten strekt niet om de conclusie te wettigen, dat het wenschelijk is om Kabinetsraad en Ministerraad één te doen zijn.

Koning Willem III riep een enkele maal den Kabinetsraad bijeen, maar overigens ontving hij de adviezen van den Ministerraad. En dat is, mijns inziens, uit een staatkundig en staatsrechtelijk oogpunt een verstandige en de meest gewenschte wijze van handelen.

Mijnheer de Voorzitter! Ik heb over dit onderwerp het woord gevraagd, omdat geen meer bevoegden, geen meester in de rechten of geen doctor in de staatswetenschappen, deze quaestie behandelde en dan moet wel de man van de praktijk die quaestie ter hand nemen. Maar ik ben toch op informatie uitgegaan. Zoo vind ik in het boek van een professor in het staatsrecht, den heer de Bosch Kemper, zeker geen partijman, deze meening: „dat de Koning zelf President-Minister zal zijn en dikwerf den Ministerraad zal presideeren, is weinig voegzaam bij de verheven roeping tot opperregeering die hem toekomt." De heer de Bosch Kemper verwijst er naar, dat het gedwongen praesidium van den Ministerraad Lodewijk XVI het Koningschap heeft gekost en herinnert er aan hoe nadeelig het onder Koning Willem I gewerkt heeft, dat geen eigenlijke Ministerraad, maar enkel een Kabinetsraad bestond.

Vorstelijk en ministerieel gezag moeten gescheiden zijn en blijven.

Wat zegt de Bosch Kemper over dit thema verder:

Sluiten