Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twee leden om den raad buitengewoon bijeen te roepen) naar zijn meening de zelfstandigheid der ministers was aangetast, terwijl hij ook in de wijze van optreden van den Minister van Binnenlandsche Zaken, voorzitter van den ministerraad, daarvan bewijzen meende te hebben ontdekt, vervolgde hij:

„Wij hebben hier te lande ik zeide straks dat ik het jaar 1860 buiten aanmerking heb gelaten — voor zoover mijn herinnering gaat, slechts tweemaal een Minister-President gekend. Dat was de eerste maal de graaf Schimmelpenninck. Na de stoute wending van 1848 meende Koning Willem II, die met het Engelsche Staatsrecht zoo bekend was, het best te doen zijn gezant te Londen te laten overkomen om hier een Ministerie op Engelsche leest te schroeien Maar dat ging niet op, dat streed met onze begrippen en instellingen, en het presidentschap van graaf Schimmelpenninck was zeer ephemeer. En in 1860 meende mr. Flokis Adkiaan van Hall aan den Koning als voorwaarde te moeten stellen zijn benoeming tot president van den Ministerraad voor een jaar, wat geschied is. Men kan de bijzonderheden van die benoeming lezen in „Kroon en Ministers" van Bosscha.

En wat bleek ? Dat de Ministers, collega's van den Minister Van Hall, het mandaat voor een jaar als president van den Ministerraad niet wenschen te verlengen!

Ligt hetgeen wij nu zien gebeuren aan het verschil van persoonlijkheid tusschen den Minister van Hall en den huidigen Minister van Binnenlandsche Zaken, — of ligt het aan het verschil van zelfstandigheid tusschen de collega's van voorheen en de tegenwoordige, — wat er ook van zij — aan de autonomie van den Ministerraad, aan zijn recht om zijn bureau zelf samen te stellen, is door dit Koninklijk besluit een einde gemaakt."

De heer Fransen van de Putte werd door den Minister van Binnenlandsche Zaken in eene uitvoerige rede [Hand t. a. p. blz. 150 v. v.] bestreden.

In de eerste plaats ontkende deze met een beroep op België aan welks grondwet de bepaling van ons art. 38 is ontleend, dat de ministerraad zou zijn een Staatscollege. Niettegenstaande in de Belgische Constitutie in art. 79 staat geschreven: „A dater de la mort du roi et jusqu' a la prestation du serment de son successeur au Tröne ou du Régent, les pouvoirs constitutionnels du Roi sont exercés, au nom du peuple beige, par les Ministres réunis en Conseil

Sluiten