Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik geef toe dat er colleges van Staat zijn, waarbij de voorzitter benoemd wordt door de Kroon, en waar toch de benoeming beter ware door het collega zelf, zoo bij de gemeenteraden, en waarbij elders de benoeming ook werkelijk door den raad geschiedt. Maar hoe kan de geachte spreker verdedigen, dat voor den Raad van State de [lees: de benoeming van den] vice-voorzitter wel door de Kroon geschieden moet en dat dit niet zoo behoort te geschieden voor den Ministerraad? Hoe kan hij, waar wij spreken de jure constituto niet de jure constituendo, het achten in strijd met de Grondwet om de benoeming van den voorzitter van den Ministerraad aan de Koningin op te dragen?"

Ten aanzien van de onderteekeoing van het ontbindingsbesluit erkende de Minister, dat dit vermeldt, dat het op voordracht van den raad van Ministers was genomen en hij het alleen had geteekend, doch niet, dat hij dit als voorzitter van dien raad zou hebben gedaan. Bovendien was dit besluit genomen onder vigueur van het oude reglement en had men zich gehouden aan de oude usantie.

De aanmerkingen op de benoeming der secretarissen-generaal en de buitengewone bijeenroeping van den raad, alsmede die betreffende de onderlinge verhoudingen in het ministerie werden verder achtereenvolgens bestreden:

De benoeming van een secretaris-generaal is van zeer ernstige beteekenis. Deze moet niet alleen onder den voordragenden Minister maar ook onder zijn opvolgers werken. Daarom kan niet alleen met de persoonlijke wenschen van één Minister worden te rade gegaan, maar ook met het landsbelang.

In de meeste gevallen zal de voorzitter natuurlijk onmiddelijk aan het verzoek van zijn collega om den raad bijeen te roepen voldoen; de wijziging bedoelt alleen een waarborg te geven, dat de vergadering niet noodeloos voor elke kleinigheid zal worden belegd.

De onderlinge verhouding der Ministers liet niets te wenschen over.

De repliek van den lieer Feansen van de Putte (t. a. p. blz. 158 v.) gaf den Minister gelegenheid in zijn dupliek het principieel verschil tusschen dezen afgevaardigden en hem nader te doen uitkomen:

„ Hoe heeft de geachte afgevaardigde de juistheid zijner stelling trachten aan te toonen? Hij heeft dat getracht langs historischen weg. Hij heeft gezegd: wij, de mannen van 1848! Ja, met het jaar

Sluiten