Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bladz. 167 noot 1. Zie de wijzigingen in het reglement van orde voor den raad van Ministers, boven vermeld.

Bladz. 172 v. Bij Koninklijke boodschappen van 22 September 1903 zijn bij de Staten-Generaal wetsontwerpen ingediend: tot wijziging en aanvulling der wet tot regeling van het lager onderwijs en der burgelyke pensioenwet; tot regeling van het pensioen der weduwen en weezen van onderwijzers en wijziging en aanvulling der wet tot regeling van het pensioen der weduwen en weezen van burgerlijke ambtenaren; tot regeling van de pensioenen van het onderwijzend personeel aan: gemeente-hoogere burgerscholen, onverplichte gemeente-burgerscholen en gymnasia, gemeentelijke middelbare scholen voor meisjes; gemeentelijke kweekscholen voor onderwijzers en onderwijzeressen (Gedr. St. 1903—1904 n°. 65); betreffende inkoop en amortisatie van Nationale Schuld, in verband met de geldelijke gevolgen van nadere wettelijke maatregelen betreffende de pensionneering van onderwijzend personeel (n°. 06) en tot verhooging van het bedrag der pensioenen ten laste van 't fonds, ingesteld bij de laatstelijk, bij de wet van 29 Juni 1899 (Staatsblad n°. 49), gewijzigde wet van 9 Mei 1890 (Staatsblad n°. 79) (n°. 67).

Staten-Generaal.

Bladz. 180 v. Eerste Kamer. Het voorstel tot grondwetsherzieningDrucker c. s. (zie boven) wil de Eerste Kamer op gewijzigden voet samenstellen, zóó dat de leden gekozen worden door dezelfde kiezers als voor de Tweede Kamer volgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging, waartoe het land in 5 districten (overeenstemmende met het gebied der gerechtshoven) zou worden verdeeld. Als vereischten van het lidmaatschap zouden gelden dezelfde als voor de Tweede Kamer en bovendien:

öf, gedurende een bij de wet te bepalen tijd, geweest zijn lid van de Staten-Generaal, van de Provinciale Staten, van het college van dagelij ksch bestuur eener gemeente van boven een door de wet te bepalen zielental, of van den raad eener gemeente van boven een door de wet te bepalen zielental,

öf, naar bij de wet te bepalen kenmerken, eene aanzienlijke plaats innemen of ingenomen hebben in eenigen tak van volksnijverheid, op het gebied van eeredienst, kunst of wetenschap, of in het openbare vereenigingsleven,

of in het Rijk of in de koloniën en bezittingen in andere wereld-

Sluiten