Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelen eene of meer openbare betrekkingen, bij de wet aangewezen, bekleeden of bekleed hebben.

Het voorstel-Troelstra c. s. wil de Eerste Kamer vervangen door het referendum.

Bladz. 187 noot 1, i. pl. v. „Al. 3" lees: „Al. 4".

Bladz. 187 noot 2. Een ontwerp van wet tot uitvoering van art. 96, tweede lid der Grondwet is bij Kon. boodschap van 5 Juni 1903 bij de Staten-Generaal ingediend. (Gedr. St. 1902—1903 n°. 190, 1903—1904 n°. 25).

Bladz. 219 nooten „3" en ..4", lees: „1" en „2".

Bladz. 232 noot 1. Lees: Art. 125, 3de lid. Door zoodanige wet kan overschrijving worden toegestaan.

Zie ook Wet van 5 Oct. 1841 enz.

Muntbiljetten.

Bladz. 242. In verband met de wijziging van het octrooi der Ned. Bank (zie beneden), worden ingevolge de wet van 31 Dec. 1903, S. 336, geen muntbiljetten meer uitgegeven en de bestaande ingetrokken.

Nationale Schuld.

Bladz. 241 noot 8, lees: „uitv. K. B. 8 Juli 1844 (Stbl. n<>. 34)." Grondbelasting, bladz. 245 v.

Bladz. 246. Een ontwerp van wet tot wijziging der wet van 2 Mei 189i, Stbl. n°. 124, tot herziening van de belastbare opbrengst der gebouwde eigendommen was op 31 Dec. 1903 gereed voor de openbare behandeling in de Eerste Kamer.

Personeele belasting, bladz. 246 v.

Een ontwerp van wet tot gedeeltelijke herziening der wettelijke bepalingen omtrent de personeele belasting is ingediend bij Kon. boodschap van 2 Dec. 1903 (Gedr. St. 1903—1904 n°. 115).

Vermogensbelasting, bladz. 247 v.

Een ontwerp van wet tot aanvulling van de wet op de vermogensbelasting is ingediend bij Kon. boodschap van 30 Mei 1903 (Gedr. St. 1902—1903 n°. 186, 1903-1904 n°. 20).

Suikeraccijns.

Bladz. 250, noot 2 sub 1°. In verband met eene op 5 Maai t 1902 te Brussel gesloten overeenkomst tusschen Nederland en eenige

Sluiten