Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arbeidscontract, zoowel als van den rechtstoestand der ambtenaren, aan de gemeente de plicht opgelegd om, voor zoover dit niet reeds bij de wet is geschied, bij verordening de dienstvoorwaarden te regelen van allen, die in dienst der gemeente zijn.

Een ontwerp van wet op denzelfden datum bij de Tweede Kamer ingediend (Gedr. St. 1903—1904 n°. 10») heeft ten doel op analoge wijze als voor de Rijksambtenaren door de Borgtochtenwet (zie bladz. 170) is geschied, de zekerheidstelling door gemeente-ambtenaren te regelen.

Bladz. 58-5 noot 6 (bladz. 586). Hieraan toe te voegen: De regeling van de wijze waarop de verkiezing voor den gemeenteraad plaats heeft, is een uitvloeisel van het grondwettelijk voorschrift van art. 143, 4e lid, luidende:

„De verkiezing voor den raad heeft plaats op de wijze door de wet te regelen."

Bladz. 595 v. Gemeentesecretaris, — ontvanger.

De korte uiteenzetting van de taak van den gemeentesecretaris heeft een lezer aanleiding gegeven tot een protest, waarin de oppervlakkigheid ten opzichte van het wezen van een der gewichtigste gemeente-ambten werd gewraakt en de bewering, dat de secretaris „zich op zijne secretaire met al die werkzaamheden onleding houdt welke hem door den Burgemeester worden opgedragen" genoemd wordt in strijd met de wettelijke omschrijving van het ambt en met de werkelijkheid.

Onder verwijzing naar mijn naschrift, merk ik op, dat met het oog op het door mij ingenomen standpunt er voor mij geen reden bestond in dit opzicht eenige verandering in de bestaande tekst aan te brengen. Het komt mij voor, dat al is de uiteenzetting beknopt, duidelijk genoeg daaruit blijkt, dat „gelijk in de provincie

de griffier de eerste minister is der staten, zoo in de gemeente,

de secretaris de eerste ambtenaar (is) van den raad." ')

Dat hij naast zijn medewerking tot hetgeen het bestuur der gemeente aangaat, naast de werkzaamheden, welke hem bij zijne instructie worden opgedragen, ook ingevolge art. 101 den burgemeester heeft bij te staan, als deze zijn hulp in roept bij de hem opgedragen werkzaamheden, die liggen buiten de gemeentewet of de gemeentehuishouding, wordt mede door Mr. Oppenheim -') erkend.

1) Mr. J. Oppenheim, Het Nederlandsch Gemeenterecht II, blz. 341.

2) t. a. p.

Sluiten