Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„kennisse Gods bezat, die volgens de Schrift volstrekt „noodzakelijk is, om het Koninkrijk Gods in te gaan; dat „het stel van waarheden, dat hij, na den Bijbel, in de „Nederlandsche Geloofsbelijdenis vond uitgedrukt, de vrucht „was van eigen onderzoekingen, het fundament van zijn „hoop en het richtsnoer van zijn gedrag" '). A. Lacheret is ervan overtuigd „dat de Prins verdraagzaam jegens de „Roomschen is geweest door zijn gevoel voor rechtvaardigheid, niet uit onverschilligheid voor den voortgang „van een eeredienst, dien hij zelf als afgoderij kwalificeerde, „en dat, ook al liet hjj zich niet druk in met de verschilpunten tusschen Lutheranen en Calvinisten, hij niettemin een open oog had voor de waarheden, die ze „gemeenschappelijk bezaten, waarop het gansche gebouw „van 't geloof rust." In 's Prinsen christelijke nederigheid ziet hij „de bron van zijn ware grootheid, en in zijn onwrikbaar geloof het geheim van zijne kalmte te midden „der gevaren. Zoo kan hij gelden als een voorbeeld voor „de menschen van alle tijden" s).

Scherp tegenover dit oordeel van Protestantsche geleerden staat dat van enkele Roomsch-Katholieke. Vooral Dr. Nuyens, die als een groote autoriteit geldt bij zijne katholieke landgenooten spreekt ongunstig over 't gedrag van den Prinss). R. Fruin verwondert zich niet over averechtsche voorstellingen van den Prins en van de beweegredenen van zijn gedrag. Van de schrijvers der

1) Groen van Prinsterer, Archives ou Correspondance inédite de la maison d'Orange-Nassau, [Ie série. Leide, 1835—47], P. VIII, préface.

2) A. Lacheret, L'Evolution religieuse de Guillaume le Taciturne, (Thèse), Cahors, 1904, p. 70 s.

3) Vergelijk R. Fruin, Verspreide Geschriften, met aanteekeningen, toevoegselen en verbeteringen uit des schrijvers nalatenschap, uitgegeven door P. J. Blok, P. L. Muller en S. Muller Fzn., 'sGravenhage 1899—1904, Dl. II, blz. 31.

Dr. W. J. F. Nuyens, Geschiedenis der Nederlandsche Beroerten, I, eerste deel, blz. 65 vlgg.: Karakterschets van Oranje. Zie bv. blz. 67: Tegenover zijn vijanden deinsde Oranje voor geen middel terug: verdachtmaking, hoon, laster. Dit ondervonden Granvelle en Filips. Naar gelang dit hem het voordeeligst was, wist hij een zaak heden op deze, morgen op gene wijze voor te stellen.

Sluiten