Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Roomsche richting zijn wij die miskenning gewoon. Maar als Fruin den Eerwaarden Heer I. L. Meulleners goedmoedig en in allen ernst hoort betoogen, dat op 't punt van godsdienstige verdraagzaamheid de arme Prins Willem voor Koning Philips en den Hertog van Alva moet onderdoen, valt het hem moeilijk van zijn kant ernstig te blijven ').

Ten slotte moge hier volgen het oordeel van pastoor H. J. A. Coppens: „Het is onloochenbaar, dat de Neder„landsche katholieken in Willem van Oranje onmogelijk „iemand anders kunnen zien dan den man, die door zijn „heerschzucht, huichelarij en dubbelzinnige praktijken, „en eindelijk door de formeele daad, de groote oorzaak „is geweest, dat het geloof hunner Vaderen is onderdrukt, „dat tallooze priesters en kloosterlingen verjaagd zijn en „vermoord, dat hunne kerken werden geplunderd en „onteerd en de kerkelijke goederen overal geroofd: in „é6n woord, dat de katholieke kerk hier te lande 3 „eeuwen lang niet slechts een Babylonische gevangenschap, maar een waar martelaarschap heeft ondergaan. „Vandaar, dat de eeretitel van Vader des Vaderlands, „hem zoo kwistig gegeven, voor ons, katholieken, een „woord is, dat in de keel blijft steken"2).

Niemand zal alle daden en handelingen van den Prins voor zijn rekening willen nemen, noch goed trachten te praten. Maar te weinig acht wordt er geslagen op 's Prinsen houding tegenover de Doopsgezinden. Daarin treedt zijn verdraagzaamheid in een schitterend licht. De brieven aan den Middelburgschen Magistraat geschreven, en hier achter afgedrukt3) toonen duidelijk aan, dat hij niet alleen

1) R. Fruin, De godsdienstige verdraagzaamheid van Alva geroemd en met de onverdraagzaamheid van den Prins van Oranje vergeleken door een Nederlandsch geschiedkundige, in Handelingen en Mededeelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, 1889—90, blz. 159—177; hierop liet hij in dezelfde Handelingen van 4890—91, blz. 113—119, volgen: Nog eens over de onverdraagzaamheid van Prins Willem 1.

2) H. J. A. Coppens, Algemeen overzicht der kerkgeschiedenis in Noord-Nederland, 1900, blz. 336.

3) De oorspronkelijke brieven worden tegenwoordig bewaard in de

Sluiten