Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„condempne hereticque par iceulx inquisiteurs, ou ne „1'avoyent enquis de nulz articles de foy contenuz au „symbole, pour monstrer qui nestoit hereticq ae scisma„ticque a requis au dit magistrat de leur donner par „escript ce que sentoit du simbole des apostres ce que „luy a este accorde et dont la copie sen sieult extraicte „de celle escripte de sa main et presentee au dit ma„gistrat, pour se excuser de ce nom hereticque."

Bij Van Haemstede blz. 204—215 der eerste uitgave wordt „Godefroyt van Hameele" behandeld. Yan dit stuk, dat bovendien wel de moeite waard is om eens nader kennis mede te maken, is de inhoud aldus: „Godefroyt van Hameele" werd geboren te Nivelle in Waalsch-Brabant en oefende te Doornik het kleermakersbedrijf uit. Hier werd hij gevangen genomen „om de Euangelische leeringhe". Zijn karakter en vermogens worden als volgt geschilderd: „Hy was een man van grooter vuricheyt, „ende seer ontsteken met de liefde, in de goddelicke schrif„tuere (hoe wel dat hij gheen ander sprake en konde, dan „zijn vaderlicke) was hy seer wel gheleert". Hij werd na zijn gevangenneming ondervraagd op vele punten des geloofs en zijn schoone antwoorden blijken uit een brief geschreven „tot een Christelicke vrouwe" om haar en andere geloovigen in de evangelische leer te versterken en die hij dan laat volgen. Na een opschrift, dat het karakter heeft van een votum, dankt hij haar voor haar zorg, zoowel voor lichaam als voor ziel, vraagt om voortdurende voorbede, en spreekt zijn „begheerte" uit om Gods naam door zijn gevangenschap en dood te eeren. Hij heeft dezen brief nu reeds moeten sturen, zonder mogelijke verdere ondervragingen af te kunnen wachten, omdat de bode juist binnenkort op reis wil gaan. Deze brief moet door haar niet beschouwd worden als een voorwerp van volmaakte wijsheid ter leering en stichting, maar hij zendt dezen omdat hij gemeend heeft, zijn van den Heere ontvangen „talentpont" niet te moeten begraven en om te kennen te geven dat hij niet herroepen heeft, wat hij tot in den dood niet hoopt te doen. Hij

Sluiten