Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Crespin's boek zeer toegenomen is. Sepp verklaart dit verschijnsel door Crespin's toenemende belangstelling in de martelaren hier te lande, zijn kennismaking met het Nederlandsche martelaarsboek van 1566 en zijn Z.-Nederlandsche relaties ')• Het komt mij voor dat dit juist is. Nemen wij dit aan, dan is het zeer waarschijnlijk dat naast de berichten omtrent nieuwe martelaren hem ook meerdere bijzonderheden van reeds beschreven martelaarsgeschiedenissen bekend werden. Hiertoe heeft dan ook die van Godefroy de Hamelle behoord. Deze nieuwe inlichtingen over Godefroy's verleden kunnen wij niet toetsen aan H., daar deze ze niet bevat. Eéne mededeeling bracht hem er toe, het jaartal van gevangenneming in 1552 te veranderen; hierin gaat H. niet mee, zooals wij zagen.

III.

Ons rest nog een oordeel te vellen over de wijze waarop Yan Haemstede en Crespin van hun bronnen gebruik hebben gemaakt.

Wij kunnen hierin zeer kort zijn.

Het is ons gebleken dat zij met oordeel zijn te werk gegaan. De uitspraak van Sepp8) over Van Haemstede's arbeid in het algemeen kunnen wij met betrekking tot dit onderwerp overnemen. Sepp zegt: „Van Haemstede, 'tzij hij overneemt, 'tzij hij bronnen bezigt, die wij nu niet meer kennen, 'tzij hij oorspronkelijke opgaven volgt, heeft met ijver en trouw zijnen arbeid volbragt. Zelfs waar hij bloot vertaalde, is hij soms zijn eigen weg gegaan. Gaarne althans erken ik, dat hij met oordeel des onderscheids gearbeid heeft, eenigszins bekortende, wat voor den Ne-

1) Ook Benoit in zijn meergenoemde „Introduction" verklaart dit verschijnsel aldus.

2) Sepp, Geschiedkundige Nasporingen, II, bh. 42.

Sluiten