Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij hieruit niet mogen besluiten, dat hij een geestelijke was, zooals anderen, met wie Gansfort eveneens briefwisseling voerde')? Trouwens, dit waren ook, als de meest ontwikkelden, de aangewezen mannen om over hervorming der Kerk na te denken, ten minste, als andere beweegredenen hen niet weerhielden. Dan kunnen wij vrjj het „communicans" in den brief vertalen door „die de mis bedient", 'tgeen ook met de middeleeuwsche, kerkelijke beteekenis van 't woord overeenstemts).

Is Johannes een priester, dan wordt ons veel duidelijk. Dan begrijpen wij, waarom de Inquisitie zoo fel tegen hem optrad, waarom zij hem wil beletten, anderen met zijn besmetting te bezoedelen, waarvoor zoo groot gevaar dreigde. Dan verstaan wij, waarom zij ook uit naam van haar „conservator", die de reehten der universiteit moest beschermen en de schuldigen dagen, eischt, dat hg aan zijn moederkerk teruggegeven worde. De brief is verder ook in dit opzicht van eenig belang, dat hij ons laat zien, hoe zich de geestelijke macht boven de wereldlijke stelt Typisch is de toon van gezag, die wordt aangeslagen. De bul „Unam Sanctam" werd dus praktisch gehandhaafd.

Wat weten wij nu dus meer van dezen leerling van Gansfort ? Dat hij waarschijnlijk priester in Utrecht was en daar de denkbeelden zijns meesters, nu ook de zijne geworde- vrijmoedig heeft verdedigd en verbreid, zóó dat zijn n. ;m zelfs tot in Leuven was doorgedrongen. Tot driemaal toe werd hg in den ban gedaan, 'tgeen blijk geeft, eensdeels van zijn onverschrokkenheid, andersdeels voor hoe gevaarlijk vijand de Inquisitie hem hield. Toen dit niet hielp, volgde deze krasse brief en daarbij de bewijzen van zijn ketterijen, zwart op wit. Of hij uitwerking gehad heeft? Of de magistraat gebogen heeft? Dit kan ik

1) Behalve zijne correspondentie met Jacob Hoeck, den bekenden deken van Naaldwijk, bestaat een brief van Wessel aan Ludolf, den deken van de Martini-kerk te Utrecht. Zie: Farrago rerum Theologiearum, p. 88. Zou dit een der geestverwanten van Johannes zijn?

2) Du Cange, Glossarium mediae et infimae Latinitatis, Paris. 1842, Tom. II, p. 486.

Sluiten