Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was in Januari van 't jaar 1643, bij welke gelegenheid Rivet evenals Huygens i) al beloofd had van zijn invloed in Hamilton's voordeel Je zullen gebruik maken. In ieder van beiden had hij een man van aanzien op zijn hand: Huygens de geheimschrijver van Frederik Hendrik, Rivet de opvoeder van Willem II. Voorts verdient onder de personen, die hem genegen waren de heer Yan Wimmenum te worden genoemd, een Leidsch curator, wiens naam herhaaldelijk voorkomt; George Doubleth, lid van den Hoogen Raad van Holland, Zeeland en West-Friesland, heet zijn vriend; Cats, Cornelis en Jan van Aerssen benevens anderen doen allen hun best in zijn belang. Er is bijna geen brief of we treffen dankbetuigingen daarin aan: zij hebben allen goed voor hem gezorgd en ook verkreeg hij van den Prins wat hij verlangd had. Bij deze dingen zal hij wel hoofdzakelijk op geldelijke tegemoetkoming of 't zenden van levensmiddelen 't oog hebben gehad; voornamelijk in 't bloeitijdperk waren de Hollanders vrijgevig. Men achtte zich gedrongen om het gezin van den aanzienlijken en eertijds rijken Ier van 't noodigste te voorzien; de toezending van boeken echter was een eerbewijs, dat uitsluitend Hamilton's persoon heeft gegolden. Frederik Hendrik was hem wel genegen, doch deze had nog één bezwaar, één voorbehoud, voordat duurzame hulp hem verzekerd zou worden. Hamilton kon dit nauwelijks gelooven en verzocht daarom aan Rivet om inlichting op dat punta). Dit was in 't jaar 1644. Vier jaren later is zijn zaak nog niets verder. Hij gaat immer voort vriendelijke brieven te schrijven, waaruit wij zijn armoede zoowel als zijn verlangen naar een positie leeren kennen. Willem II was in dien tijd stadhouder geworden en trok de groote welwillendheid, welke zijn vader tegenover Hamilton gekoesterd zou hebben, in twijfel — wat dezen niet weinig verontrustte. Toen de Prins naar Breda vertrokken was, werd Rivet in den arm ge-

1) Archibaldus Cassellensis Constantino Hugenio, hierachter, blz. 113.

2) Archibaldus Cassellensis Riveto, hierachter, blz. 106.

Sluiten