Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI.

CONCENTRATIE EN CONCILIATIE.

II fuut u nn gmiiil |ieuple une grande pensée.

Waldeck-Rousseau.

Evenals het succes in den oorlog niet afhangt van de overmacht des getals, noch van de technische kunde der aanvoerders, maar van den moreelen band, die tusschen kader en manschappen bestaat, van het heilig vuur, dat allen doorgloeit, van de overtuiging, dat het eene goede zaak is, die men verdedigt, zoo kunnen ook, in vreedzame tijden, triumfen gevierd worden door een betrekkelijk klein volk, mits het, door alle rangen heen, het besef in zich omdrage van te zijn de trouwe wachter eens beginsels, de steeds werk- en waakzame, naar steeds billijker oplossingen strevende dienaar des rechts.

Van „panem et circenses" leeft geen volk; van baantjes en lintje8 geen patriciaat.

Een grootsche, levenwekkende, opvoedende toekomst-gedachte moet de gansche gemeenschap omstrengelen. Een gedachte, die 't maatschappelijk lichaam voor ontbinding en ontwrichting behoede. Een gedachte, zoo schoon, dat de meest geblaseerde salet-jonker er voor buige, — zoo wetenschappelijk, dat de meest intellectueele haar als leitmotiv begroete, — zoo kristalhelder en populair in den goeden zin, dat de nederigste haar begrijpe.

Een gedachte, voortvloeiend uit, hoewel ontwassen aan de

Sluiten