Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIV.

DE HANDEN INEEN.

Gesteld er kwam, door welgerichten aandrang, reformatie van boven af; gesteld patriciaat en burgerij namen zich ernstig en beslist voor geen maatschappelijk deficit onbestookt te laten: zou de behoefte aan een vast plan, aan een stelselmatige organisatie van 't sociale reddingswerk zich niet diep en scherp doen voelen?

Vermoedelijk ja. Reeds om deze reden dat er, ten gevolge van 't moderne specialiseeren, telkens nieuwe bonden oprijzen die dan ook telkens den uitroep: alweer een! op de lippen

brengen. Al blijkt het zonneklaar dat elk dier bonden in een bestaande leemte voorziet, juist 't vermeerderen van hun aantal doet de belangstelling in 't gemeenschappelijke doel: versterking van den socialen band, afnemen, terwijl 't nog daarenboven exclusivistische neigingen bevordert.

Verdeeling van arbeid is een goede zaak, samenwerking niet minder.

In hoeverre 't nu raadzaam ware de bestaande bonden en instellingen ineen te doen smelten dan wel of een Centrale Bond voor Maatschappelijk werk de beste diensten zou bewijzen: ziedaar een quaestie van zeer aanstaande, zoo niet van actueele zorg. (11)

't Tegenwoordig systeem, of beter gebrek aan systeem

Sluiten