Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch zoo groot, en de kennis der waarheid zoo gering, dat er eerst een tijd van beproeving en onderwijzing aan den doop diende vooraf te gaan.

Al deze oorzaken deden in de tweede eeuw het zoogenaamde catechumenaat ontstaan. Voor hen, die uit Jodenen Heidendom tot de gemeente wilden overkomen en hunne begeerte naar den doop te kennen gaven, werd allengs overal een kortere of langere proeftijd ingesteld. Deze proeftijd droeg van den eersten tijd af zoowel een dogmatisch als een ethisch karakter. De kerk was er van den aanvang af op uit, om zulke personen, die zich bij haar wilden voegen, te onderwijzen in de leer der waarheid en tegelijk in zedelijken zin voor te bereiden voor de ontvangst van den doop. Onderwijs en opvoeding gingen in de catechese saam ; leer en tucht waren daariu ten nauwste met elkander verbonden. De voorafgegane Joodsche en Heidensche levensbeschouwing en levenswijze; de aard der Christelijke waarheid, die immers eene waarheid naar de godzaligheid is ; de toetreding tot de gemeente van Christus en de ontvangst van den heiligen doop bepaalden het karakter van den proeftijd en drukten er dezen dubbelen stempel van onderwijs en opvoeding op.

De duur van het catechumenaat was zeer onderscheiden. Al vielen volgens het Nieuwe Testament in den eersten tijd het hooren van het Evangelie en de ontvangst van den doop dikwerf op éénen dag samen; de kerk nam zeer terecht de vrijheid, van deze tijdsbepaling af te wijken en tusschen beide handelingen een korteren of langeren proeftijd in te schuiven. Deze proeftijd verschilde in duur in verschillende tijden en op verschillende plaatsen en ook ten aanzien van verschillende personen. De oudkerkelijke getuigenissen spreken nu eens van enkele dagen, dan weer van eenige maanden, en dikwerf ook van twee of drie

Sluiten