Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaren. Een korte proeftijd was voldoende, als de kennis der waarheid genoegzaam en de oprechtheid der bekeering onverdacht was. Maar toen de vervolging velen wankelen deed en de kerk op haar eigen veiligheid bedacht moest zijn, of ook, toen de overgang tot het Christendom eene zaak van mode werd en door velen om uitwendige voordeden gemaakt werd, toen moest de proeftijd dikwerf wel over maanden en jaren worden uitgebreid.

De personen, die op deze wijze voor den doop werden onderwezen en voorbereid, woonden in den eersten tijd de godsdienstige samenkomsten der geloovigen niet bij. Wel stond volgens Paulus, 1 Cor. 14 : 23 v., in de gemeente van Corinthe die godsdienstoefening, waarin het lezen en verkondigen van Gods Woord plaats had, ook voor ongeloovigen open. Maar toen later de vervolging uitbrak, moesten de leden der gemeente in het belang hunner veiligheid toezien, dat geen vreemden hunne vergaderingen bijwoonden. De samenkomsten der gemeente kregen daarom vanzelf een gesloten karakter; alleen zij werden toegelaten, die tot de broeders en zusters behoorden, die den doop hadden ontvangen en deelnamen aan het avondmaal.

Zij, die zich bij de gemeente wenschten te voegen, kregen daarom privaat onderwijs, hetzij van een ambteloos lid der gemeente, hetzij van een diaken, presbyter of bisschop. Soms nam het zelfs, bijv. in de catechetenschool te Alexandrië, een meer methodisch, wetenschappelijk karakter aan, werd het in cursussen verdeeld, en diende het tot bevordering van de wetenschap der Theologie.

Maar spoedig moet daarin toch reeds eene verandering gekomen zijn. Want volgens Tertullianus en Origenes woonden de catechumenen niet dan eerst de samenkomst der geloovigen bij, wanneer zij gedoopt en der gemeente ingelijfd werden, maar hadden zij reeds lang te voren,

Sluiten