Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoezeer de geestelijke opvoeding van de vleeschelijke verschilt.

Dit drukt de gedachte uit, die aan de tegenstelling van ouders en getuigen ten grondslag ligt. Het is dezelfde gedachte, als die, welke in Rome ieder oogenblik bij de verhouding van natuur en genade, wereld en Godsrijk, staat en kerk, aarde en hemel wederkeert. Beide zijn niet slechts onderscheiden, doch ook geheel gescheiden; zij kunnen niet samengaan. Wie God in volmaaktheid wil dienen, moet uit de wereld gaan en zich in een klooster opsluiten. Wie geestelijke wil worden, moet met al het natuurlijke breken. En evenzoo sluit bij den doop de geestelijke verwantschap de natuurlijke uit.

De ouders zijn de vleeschelijke verwanten van het kind en zijn de oorzaak, dat het kind in zonden ontvangen en geboren wordt en een slaaf van Satan is. Als diezelfde ouders nu bij den doop als getuigen optraden, zou voor het Roomsche bewustzijn het onderscheid van natuur en genade uitgewischt worden. En daarom moeten de getuigen bij den doop anderen zijn dan de ouders van het kind.

Zoo sterk is zelfs die tegenstelling bij Rome, dat de geestelijke verwantschap, die in den doop tusschen den dooper en de doopgetuigen eenerzijds en den doopeling en zijne ouders anderzijds gesloten wordt, een hindernis voor het aangaan van een huwelijk is. De getuigen hebben in de Roomsche kerk de ouders bij den doop van hun kind geheel op zijde geschoven.

IX.

Er kwam nog eene andere reden bij, waardoor de ouders bij den doop van hun kind in de Roomsche kerk langzamerhand geheel werden uitgesloten.

Sluiten