Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen zelf alle goederen des heils. De doop deelt de bovennatuurlijke genade van rechtvaardiging en wedergeboorte mede, enkel en alleen daardoor, dat hij bediend wordt. De handeling zelve deelt de genade mede. Het uitwendig waterbad is tegelijk, vanzelf en noodzakelijk, bij alle kinderen zonder onderscheid, de afwassching der zonden door het bloed van Christus. Ja, de gedoopte is terstond, nadat hij gedoopt is, niet alleen van alle schuld, maar ook van alle smet der zonde bevrijd. De erfzonde wordt ganschelijk in hem te niet gedaan. Als de doop deze weldaad onfeilbaar schenkt alleen door de handeling zelve, waarom zou men hem dan, indien men maar even in de gelegenheid is, ook niet aan kinderen toedienen ? Den doop in zulk een geval te onthouden, zou op Roomsch standpunt de hardheid zelve zijn; het zou wezen eene opzettelijke uitsluiting uit het koninkrijk der hemelen en een moedwillig prijsgeven aan de eeuwige straf.

X.

De leer en practijk, die bij het optreden der Reformatie in de kerk van Rome ten aanzien van den Kinderdoop bestond, was dus de volgende :

Ten eerste kwamen de ouders bij den doop hunner kinderen zoogoed als in het geheel niet in aanmerking. De ouders waren wel de natuurlijke voortbrengers van het kind, maar hadden voor zijne geestelijke hoedanigheid hoegenaamd geen beteekenis. Ook al is een kind uit geloovige ouders geboren, vóór den doop is en blijft het een kind der duisternis, een onderdaan van Satan. Het is niet opgenomen in het verbond der genade, het heeft nog geen deel aan eenig goed der kerk, het is nog verstoken van elke weldaad des heils. Het staat in dit alles met kinde-

Sluiten