Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xni.

De Gereformeerden hebben, blijkens deze Synodale bepalingen, aan een stelselmatig uitsluiten van de moeder bij den doop van haar kind nimmer gedacht.

Als zij nu en dan bij den Kinderdoop alleen van de tegenwoordigheid des vaders spreken, dan kan dat zijne oorzaak niet hebben in de tegenwoordig door sommige broederen hun toegeschreven meening, dat de moeder bij den doop van haar kind niets te maken had en zelfs niet tegenwoordig mocht zijn, noch op de vragen antwoorden mocht.

Er moet eene andere reden wezen ter verklaring van het feit, dat soms alleen de vader genoemd en de moeder verzwegen wordt. Die reden zal ons later duidelijk worden. Eerst willen wij nog een ander en zoo mogelijk nog krachtiger bewijs aanvoeren, dat het noemen van den vader alleen, hoegenaamd niet eene stelselmatige uitsluiting der moeder bedoelt.

Dat bewijs ligt in de getuigen, die de Gereformeerden bij den Kinderdoop hebben overgenomen en toegelaten. Zij hebben niet gezegd, dat getuigen noodzakelijk waren, maar zij hebben ze toch over het algemeen geoorloofd en nuttig geacht.

Hoe zou het nu mogelijk zijn, dat men getuigen toeliet en de moeder stelselmatig weerde en uitsloot? Het een strijdt met het ander zoo sterk mogelijk. Getuigen, die in elk geval in veel lossere betrekking stonden tot het kind dan de moeder, zou men bij den doop hebben toegelaten; en de eigen moeder, die na den vader het kind het naast staat, die het kind voedt en verzorgt en bij dag en bij nacht onder haar toezicht heeft, die zou men met opzet en stelselmatig van den doop van haar kind hebben willen uitsluiten!

Sluiten