Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■r

geen geloovigen waren, öf zij moesten op de eene of andere wijze aantoonen, dat de kinderen der geloovigen ook zeiven tot de geloovigen te rekenen waren.

De Wederdoopers waren spoedig met hunne conclusie gereed. De sacramenten waren voor de geloovigen ingesteld en konden eerst bediend worden na voorafgaande belijdenis. Maar kinderen konden niet gelooven, want geloof is eene werkzaamheid des verstands; zij konden nog veel minder belijdenis afleggen van hun geloof; en dus was de Kinderdoop te verwerpen.

Het scheen, dat tegen deze redeneering niets was in te brengen. Zij sloot ineen als eene bus. De Lutherschen bezweken zelfs voor deze redeneering en keerden tot het Koomsche gevoelen terug, dat de doop bij jonge kinderen de wedergeboorte werkte door de kracht van het woord, hetwelk met den doop gepaard ging en het water des doops tot een levend, Goddelijk water maakte.

Maar de Gereformeerden gingen een anderen kant uit. Zij erkenden, wijl de Schrift alzoo leerde, dat de doop alleen voor geloovigen ingesteld was. En dus gaven zij toe, dat de kinderen of als geloovigen te beschouwen waren, öf dat zij anders geen recht hadden op den doop en dus de Kinderdoop te verwerpen was.

En nu deden zij een gewichtvollen stap; zij beleden, dat God ook buiten alle middelen om met zijne genade in het hart van kinderen werken kon. Zonder woord en zonder sacrament kan Hij door zijn Geest het doode hart van den zondaar wederbaren ten eeuwigen leven. Kinderen van geloovigen kunnen ook geloovigen zijn, niet met de daad maar in beginsel. Zij kunnen hebben het beginsel, het vermogen des geloofs, zooais zij van nature ook hebben het vermogen des gezichts en het vermogen des gehoors, zonder dat zij er daadwerkelijk gebruik van kunnen maken.

Sluiten