Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen, in de derde vraag van ons Doopsformulier volstrekt niet de bedoeling heeft, om de moeder opzettelijk van den doop van haar kind uit te sluiten.

Maar het spreekt vanzelf, dat daarmede de vraag nog niet beantwoord is, hoe het komt, dat de Gereformeerden in den eersten tijd bij den Kinderdoop dikwerf alleen van den vader spreken en over de moeder een diep stilzwijgen bewaren.

Er is tot dusver wel aangewezen, dat de tegenwoordig door velen aangenomen verklaring van dit spraakgebruik niet deugt; maar er is nog niet gezegd, wat dan de ware en juiste verklaring is van dit onloochenbaar en opmerkelijk feit.

Gelijk men zich uit de voorafgaande historische mededeelingen herinneren zal, werd de doop in de Christelijke kerk op zeer verschillende tijden bediend. In de dagen des Nieuwen Testaments had hij dikwerf terstond na eene korte belijdenis des geloofs in het open veld en buiten de vergadering der geloovigen plaats. Later, toen een steeds grooter aantal van Heidenen tot het Christendom overging, werd hij na een proeftijd van soms drie jaren, en vooral dikwerf op hooge feestdagen bediend. Toen de Kinderdoop algemeen in gebruik kwam, werd deze op den achtsten, of den veertigsten, of op een vroegeren of lateren dag na de geboorte bediend. Er heerschte te dien opzichte groote verscheidenheid.

Maar langzamerhand kwam in de kerk de gedachte op, dat de doop de deur des heils en de poort der zaligheid was. De doop werkte de wedergeboorte. En deze beschouwing had natuurlijk ten gevolge, dat de kinderen zoo spoedig mogelijk 11a de geboorte gedoopt moesten worden, en dat, als er geen geestelijke aanwezig was, de doop in geval van nood door een leek bediend mocht

Sluiten