Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden. Aan den doop hing de zaligheid. En verloren ging, wie ongedoopt stierf.

De gewoonte, om het kind zoo spoedig mogelijk na de geboorte te doopen, is opgekomen onder invloed van en hangt historisch samen met de Roomsche leer van de volstrekte noodzakelijkheid van het sacrament voor de zaligheid.

In de Middeleeuwen was het daarom gebruikelijk, dat een kind zoo spoedig mogelijk na de geboorte, liefst nog op denzelfden dag gedoopt werd. Dat gebruik bestond algemeen in de dagen der Reformatie. En de Hervormers zagen geen enkele reden, om dit gebruik af te schaffen. Zij lieten het bestaan. Zij eerbiedigden het. Zij wilden geen minachters van het sacrament heeten, en konden daarom ook niet bepalen, dat de doop bij de kinderen tot late ren tijd moest worden uitgesteld. Welk Gereformeerde zou zoo iets voor zijne rekening durven nemen ? Te minder wilden onze vaderen dat, wijl zij anders allicht den schijn op zich hadden geladen, dat zij min of meer met het gevoelen der Wederdoopers instemden.

En toch, dat was het geval geenszins. Kinderen van geloovigen waren van het eerste oogenblik van hunne geboorte af in het verbond der genade begrepen. Zij waren in dat verbond geboren, ja zij behoorden tot dat verbond reeds, voordat zij het levenslicht aanschouwden. En daarom hadden zij, als kinderen des verbonds, recht op den doop terstond bij hunne geboorte. Waarom zou men uitstellen, eene weldaad te ontvangen, waarop de Heere naar zijne belofte reeds terstond bij de geboorte het recht gegeven had?

Van deze gewoonte, van deze onderstelling gingen de Gereformeerden uit, als zij bij den doop der kinderen alleen van den vader spraken en erop aandrongen, dat de

Sluiten