Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enkele kinderen tegelijk doopen, om met één doopmaal te kunnen volstaan.

De Synoden drongen er daarom bij de kerkeraden en bij de predikanten op aan, dat zij tegen dit uitstel van den doop met allen ernst waarschuwen en de beteekenis en de waarde der sacramenten in het licht stellen zouden. Ja hierbij lieten zij het menigmaal niet, maar besloten aan de Heeren van het Hof van Gelderland te verzoeken, dat het hun believen mocht, om dit kwaad bij plakkaat te remedieeren, en een zekeren tijd voor te schrijven, binnen welken een ieder gehouden zou zijn, om zijne kinderen tot den h. doop aan te bieden (Reitsma en van Veen IV 41, 69, 123, 135, 303, 346).

Op de Overijselsche Synode te Zwolle in het jaar 1615 werd op dezelfde wijze besloten, om aan Heeren Gedeputeerden te verzoeken, dat zij het plakkaat zouden vernieuwen, waarbij onder anderen voorgeschreven werd, dat men het doopen van de jonge kinderen niet te lang zou uitstellen (ib. V 297).

De toestanden, die toenmaals op kerkelijk gebied werden aangetroffen, waren dus gansch andere, dan die wij over het algemeen tegenwoordig kennen. En geen wonder is het, dat de kerkelijke vergaderingen niet aflaten, om tegen dergelijk achteloos uitstel en schromelijk verzuim van het sacrament met allen ernst te vermanen. Aan haar onvermoeiden arbeid is het te danken, dat langzamerhand betere toestanden zijn ingetreden, en dat de doop der kinderen in den regel door de ouders binnen niet al te groot tijdsverloop wordt begeerd.

Maar er was ook een kwaad aan den anderen kant. Velen, die van huis uit in de Roomsche religie waren opgevoed, konden de gedachte niet van zich zetten, dat de doop noodzakelijk voor de zaligheid was. En als de Gere-

Sluiten