Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volk saam te roepen, en een korte vermaning voor den doop zal doen.

Na de Reformatie was er natuurlijk in den eersten tijd op vele plaatsen gebrek aan bediening des Woords. De kinderen moesten daarom op den doop dikwerf weken en maanden' wachten. En daarom bepaalde de Provinciale Synode van Dordrecht, dat men op zulke plaatsen, waar zelden predikatiën geschiedden, van tijd tot tijd eene gelegenheid zou openen, om de kinderen ten doop te brengen. Als er een predikant in de buurt kwam of door de plaats reisde, moest hij uitgenoodigd worden, om het Woord en het sacrament te bedienen. En zulk eene gelegenheid moest dan door klokgelui aan de gemeente bekend gemaakt worden.

Zonder twijfel heeft het gebrek aan geregelde bediening des Woords aanleiding gegeven tot de bepaling in art. 59 der Prov. Synode van Dordrecht 1574.

En een dergelijke toestand wordt ook ondersteld door de tweede zinsnede in art. 56 der Kerkenorde van Dordrecht 1618/19.

Maar toch heeft deze laatste bepaling nog eene andere oorzaak. Het is een feit, dat in vele Gereformeerde kerken hier te lande, ook waar des Zondags geregelde bediening vau Woord en sacrament plaats had, toch nog eene bijzondere weekbeurt met doopsbediening gehouden werd. Wat is de reden, dat deze weekbeurt met doopsbediening werd ingevoerd ? Waren de Gereformeerden van meening, dat het wachten met den doop van het kind, zelfs tot den eerstvolgenden rustdag, eene minachting was van het sacrament?

Zoo oordeelen velen, maar Yoetius geeft er in zijne Pol. Eccl. I 729 eene andere en meer aannemelijke verklaring van. Hij zegt daar, dat de Gereformeerde kerken, om aan

Sluiten