Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet antwoorden mag. Indien zij dat toch doet, matigt zij zich een recht aan, dat haar niet toekomt; dan verheft zij zich naast en tegenover haar man; dan maakt zij zich aan hoogmoed en ongehoorzaamheid schuldig.

Tegen deze beschouwing is op grond van de Gereformeerde leer en practijk wel eenig bezwaar in te brengen.

Het verschil loopt niet zoozeer over den tijd van den doop, hoewel ook op dit punt de wijsheid en de voorzichtigheid meermalen uit het oog is verloren. Maar wel loopt het over het zelfstandige recht en de persoonlijke verplichting der Christelijke vrouw en moeder.

Indien het kind gedoopt wordt, nadat de moeder hersteld is, dan mag niet alleen, maar dan behoort de moeder ook bij dien doop tegenwoordig te zijn en op de vragen van het Formulier te antwoorden. Zij heeft er dan niet alleen het recht maar ook de verplichting toe.

En de derde vraag van het Doopsformulier moet dan door den dienaar overeenkomstig die omstandigheid gewijzigd worden, behalve tot den vader ook tot de moeder zich richten, en door beiden met ja beantwoord worden.

XVIII.

In de Handelingen der kerkelijke vergaderingen en in de werken der godgeleerde schrijvers is er telkens sprake van, dat de ouders hunne kinderen ten doop moeten houden, de doopsbelofte moeten afleggen enz.

Daaruit werd boven afgeleid, dat de Gereformeerden bij den Kinderdoop evengoed met de rechten en verplichtingen der moeder als met die van den vader rekenden.

Maar tevens werd opgemerkt, dat er nog niet met noodzakelijkheid uit volgde, dat de doop vroeger reeds in den regel of meermalen in bijzijn der moeder en na haar herstel plaats had.

6

Sluiten