Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

later in verband met of in plaats van de ouders het kind in de leer der waarheid te onderwijzen en in de vreeze des Heeren op te voeden. En bovendien viel de afschaffing zoo moeilijk, omdat velen eraan gehecht waren en deze oude gewoonte niet wilden laten varen.

Vandaar, dat de Gereformeerden dit gebruik lieten bestaan en er alleen voor zorgden, dat de getuigen niet de plaats der ouders zouden innemen. Dezen moesten voorgaan; op hen lag allereerst de roeping om het kind ten doop aan te bieden en ten doop te houden. De getuigen mochten hoogstens de tweede plaats innemen.

Maar dit alles nam toch niet weg, dat velen van den beginne af tegen heel dit stelsel van getuigen ernstige bezwaren koesterden en op afschaffing aandrongen. Koelman bijv. ried de ouders aan, om zei ven het kind ten doop aan te bieden en geen peters of meters te nemen. Want al was dit een oud gebruik, het kwam in Gods Woord niet voor en was uit het Pausdom afkomstig.

Deze overweging droeg ertoe bij, dat het nemen van getuigen hoe langer hoe meer in onbruik kwam. Het langst bleef nog de gewoonte in stand, om eene vrouwelijke getuige mede te brengen bij den doop van een kind.

Ten minste was dit blijkens het Doopboek in de kerk te Kampen het geval. Dit Doopboek vangt aan met den 6en Januari 1793 en noemt dan, behalve de namen der kinderen, ook die der ouders en getuigen.

Zeer opmerkelijk is daarbij nu, dat een doopvader en doopmoeder te zamen slechts uiterst zelden naast den vader van het kind bij den doop voorkomen; dat een doopvader alleen eene hooge uitzondering is; en dat in verreweg de meeste gevallen, als er een getuige bij den doop tegenwoordig is, deze eene vrouwelijke getuige is. Enkele keeren wordt er uitdrukkelijk bij gezegd, dat deze vrouwelijke

Sluiten