Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouw dan van de moeder in te roepen. Althans hoorde men zoo nu en dan reeds eene klacht over de onbeholpenheid, waarmede de vader zijn kind ten doop hield en die de aandacht der gemeente, vooral van de vrouwelijke helft, schier geheel van de bediening des doops had afgeleid.

Het in onbruik raken van het stelsel van doopgetuigen heeft er daarom naar alle waarschijnlijkheid mede toe bijgedragen, dat de doop langzamerhand zoo lang werd uitgesteld, totdat de moeder hersteld was en zelve hare hulp bij het ten doop houden van haar kind verleenen kon.

Deze onderstelling vindt daarin steun, dat het uitstellen van den doop tot na het herstel der moeder niet alleen hier te lande maar ook elders in vele Gereformeerde kerken algemeen in gebruik is gekomen. Er is daar geen „Algemeene Christelijke Synode" geweest, gelijk de Ned. Herv. kerk die ten jare 1817 bezat en die de plechtigheid des doops daardoor meende te moeten vergrooten, dat niet alleen de vader maar ook de moeder erbij tegenwoordig was. En toch is daar dezelfde practijk in eere gekomen, die langzamerhand ook hier te lande ingang vond.

Althans in de (Dutch) Keformed Church en in de Presbyteriaansche kerken in Amerika is het regel, dat zoowel de moeder als de vader bij den doop van het kind tegenwoordig is, dat de moeder bepaald het kind ten doop houdt, en dat zij met den vader op de doopvragen antwoordt. Niet zelden gebeurt het ook in de laatstgenoemde kerken, dat de moeder het kind vóór den doop aan den dienaar overgeeft, die het dan vasthoudt in den linkerarm en doopt met de rechterhand.

Dit laatste gebruik is volstrekt niet te veroordeelen. Wel zijn er in den laatsten tijd enkelen in onze kerken geweest, die het doorgedreven hebben, dat alleen de vader het kind ten doop mocht houden. Zij beriepen zich voor deze

Sluiten