Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die niet meer onder het Kruis zaten, liet avondmaal eens in de twee maanden viereii zou. En daaraan werd dan nog de beperkende bepaling: zooveel het mogelijk is, toegevoegd.

Doch ook dit besluit werd volstrekt niet gehandhaafd. Voetius klaagde er over, dat in zijn tijd het avondmaal in vele gemeenten niet meer dan tweemaal 's jaars werd gevierd, en dat vele leden er slechts eenmaal 's jaars gebruik van maakten.

En soortgelijke toestanden bestaan nog heden ten dage. Ofschoon de Kerkorde zes malen voorschrijft, wordt het avondmaal in vele kerken slechts vier of een nog minder aantal malen bediend. En er zijn tal van gemeenteleden in onze kerken, die er niet slechts eenmaal in het jaar, maar die er zelfs nooit gebruik van maken.

Deze toestand is veel erger dan de practijk, die ten aanzien van den Kinderdoop heerschende werd. Het eene doende, moest men nu het andere niet nalaten. Indien werkelijk de heilighouding van het sacrament en de gehoorzaamheid aan Gods gebod de drijfveer is, dan moet deze nog veel meer bij het avondmaal dan bij den doop tot afkeuring van alle uitstel leiden. En toch komt het voor, dat het oog daarvoor geheel gesloten blijft. Ja, daar zijn er, die wel de nieuwe practijk huldigen en hun kind zoo spoedig mogelijk na de geboorte laten doopen, maar die er niet aan denken, om zei ven ten avondmaal te gaan, of er in elk geval geen geregeld gebruik van maken. En dat, terwijl de avondmaalsviering in den apostolischen tijd iederen rustdag en thans slechts vier of hoogstens zes malen in het jaar plaats heeft.

Is het wonder, dat op deze wijze de practijk geen vertrouwen wekt en tot moeilijkheden aanleiding geeft.

Daar komt — waartoe het verheeld? — ten slotte nog

Sluiten