Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fransche Koning, door een drom van hovelingen omgeven, van den wil der natie slechts weinig vernam. In Frankrijk was het de aanmatiging van het Parijzer parlement, die de willekeur der Koningen nog het meest beperkte. En evenzoo werd bij ons de heerschzucht der Staten door het heilzame, maar niet wettig omschreven, gezag der stadhouders het krachtigst beteugeld.

De Generale Staten, dus souverein geworden, vertrouwden het uitvoerend bewind aan den Raad van State toe, wiens instructie reeds veertien dagen na het bekend worden van Leicester's afstand was vastgesteld. Hij zou het opperbevel hebben van den oorlog. Hij zou de gemeene zaken der Unie, onder toezicht der StatenGeneraal, besturen, de uiteenloopende belangen en begeerten der provinciën in overeenstemming brengen en doen samenwerken tot het algemeene welzijn. Hij had dus in de republiek ongeveer de plaats te vervullen, die in de Vereenigde Staten van NoordAmerika door den president bekleed wordt. Hij was het eenige college, welks leden „ hun eigene provinciën moesten afzweren, om voor de Generaliteit te zijn" !). Een onmisbaar lichaam in een bondstaat, maar dat krachtig in zichzelf moet wezen om te kunnen voortbestaan. En vooral in de Nederlandselie Republiek zou zulk een krachtige regeering noodig zijn geweest, om de naar zelfstandigheid strevende gewesten, Holland in het bijzonder, aan de Unie ondergeschikt te houden.

Maar van den beginne af waren de Staten huiverig, een toereikende macht aan den Raad van State toe te vertrouwen. Immers zoo licht ware die te misbruiken. De verplichting aan Elisabeth gedoogde niet, dat de opperbevelhebber harer troepen van den Raad werd uitgesloten: hij en nog twee Engelsche leden, door de Koningin te benoemen, kregen zitting. Doch men mistrouwde hen, en betrok ze ongaarne in de aangelegenheden der republiek. Yan daar, dat menige zaak van belang, die eigenlijk tot de bevoegdheid van den raad behoorde, van den aanvang af, buiten dezen om, door de Staten werd afgedaan. In het volgende jaar had Elisabeth reeds te klagen, dat, niettegenstaande er overeengekomen was niets van belang in zake van landsbestuur en oorlogsvoering te behandelen buiten den Raad van State, toch al wat er gewichtigs voorkwam in een achterraad werd besproken, zonder dat haar dienaars er iets van te weten kwamen 2). Die

1) Zoo drukt zich de R. v. St. zelf uit. Aitzema, dl. I, blz. 781.

2) Resol. v. Holland, 12 Mei 1589. Vergelijk Resol. der Staten-Generaal, bij v. d. Kemp,

Sluiten