Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was een man van voorbeeldigen moed en volharding, die op het doel, dat hij zich na rijp beraad gekozen had, onversaagd afging, door geen tegenspoed afgeschrikt, door geen voorspoed tot roekeloosheid verlokt. Koelbloedig en streng; een man die zichzelven en zijn krachten gevoelde, hoogmoedig boven zijn afkomst en stand; heerschzuchtig en eigenzinnig, en toch behendig in het leiden van vergaderingen, waarin hij de plaats van dienaar bekleedde, en wier zelfgevoel licht geraakt werd. Eerlijk, en toch niet onbaatzuchtig; zijn eigen voordeel zoekend, terwijl hij de belangen des lands behartigde. Een goed patriot, zooals hij, op het punt van te sterven, zich nog beroemde; maar die het heil des lands onafscheidelijk achtte van de belangen zijner partij en van zijn eigen gezag 1). Een man, die niemand onverschillig liet, die aan sommigen dwepende bewondering en gehechtheid inboezemde, anderen met afkeer en bitteren haat vervulde. Het toonbeeld van den oud-Hollandschen regent, met velerlei gaven van verstand en gemoed toegerust, dien men niet kan nalaten te bewonderen en te vereeren, maar dien men niet zal beminnen.

Met die algemeene karakterschets moeten wij ons tevreden stellen; het ontbreekt ons aan de noodige gegevens om haar uit te werken. Wij kennen Oldenbarnevelt niet van nabij als mensch, gelijk Prins Willem, sedert de uitgaaf der verzamelingen van Groen van Prinsterer en Gachard. Toen, nu twintig jaar geleden, de scherpzinnige Meijer klaagde, dat de geschiedenis van Oldenbarnevelt nog in het duister lag, verbaasde hij menigeen, dien aljes verklaard en helder scheen. Toch had Meijer, als ik hem wel versta, gelijk. Wat weten wij van Oldenbarnevelt buiten zijn openbaar bedrijf? Wat van zijn jeugd, van zijn praktijk als advokaat, van zijn huiselijk leven? Wij kunnen niet eens beslissen, in hoever de beschuldigingen tegen zijn zedelijk karakter en zijn eerlijkheid als pleitbezorger, in later tijd uitgestrooid, overdreven of geheel verzonnen zijn 2). Welke drijfveeren hem voortdurend

1) De Groot getuigde van hem, „dat hy seer sprack voor de autoriteyt van Hollant, doch sulcq dat hg daermede syn eygen autoriteyt ooclc seer waernam". (Verhooren enz. van De Groot, blz. 155). Hetzelfde zegt de Engelsche gezant Carteton, in z\jn brief aan Winwood van 13/23 Juni 1617: „it is very evident, that his private interest doth sway his judgment in the public, in that no eclipse of the authority of the magistrate, of which he is jealous, can succeed without abridging his particular authority".

2) Ik heb voornamelijk de aantijgingen op het oog, die vervat zijn in de „Gulden legende van den nieuwen St. Jan." — Vgl. mijn opstel in NijhofTs Bijdragen, N. R. IX, over „de Historie van het Leven en Sterven van Johan v. Oldenbarnevelt".

Sluiten