Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onbescheiden wezen, en nijd verwekken bij hen, wier onbeduidendheid tegen den invloed van anderen al te scherp zou afsteken !). Wij bejammeren het, dat De Groot zoo overbescheiden is geweest; wij hadden hem gaarne menige schilderachtige beschrijving van buitendien bekende voorvallen geschonken voor de bloote mededeeling van hetgeen er in de raadkamer over gewichtige aangelegenheden gesproken is. Hij, de vriend van Oldenbarnevelt en van diens medearbeiders, had ons, beter dan iemand anders, de leemte der staatsregisters kunnen aanvullen. Maar hij heeft het niet gewild; en al wat wij thans weten: bestaat in diteenet dat Oldenbarnevelt, door welke middelen dan ook, de regeering der republiek beheerschte. Tot hem wenden zich grooten en vorsten , die iets van de Staten behoeven; aan hem, den dienaar eener kooplieden-regeering, schrijft Koning Hendrik IV eigenhandig; zijn welwillendheid zich te verwerven wordt aan alle gezanten bij de republiek op het hart gedrukt. Reeds in 1589 verwijten de Engelsche ministers den Staten: „ dat Oldenbarnevelt alles gouverneert, dat niemand hem durft weerspreken, nauwelijks adviseren" 2). En hoe waar dit verwijt is, blijkt uit hetgeen De Groot, nadat Oldenbarnevelt was omgebracht, tot bestrijding van de overdrijving der tegenpartij, aanmerkt: „zijn autoriteit is ook zoo groot niet geweest, of ik en anderen hebben dikwijls in de vergadering adviezen gegeven, die van de zijne verschilden" 3). Dit was het sterkste, dat hij zeggen kon: niet altijd had ieder terstond met het gevoelen van den advokaat ingestemd. Hoe groot moet het

1) Histor. I, VI, p. 445. (edit. 1552, 12*). — Een halve eeuw later was De Witt nog van geheel hetzelfde gevoelen „bestaende alle myne glorie (zoo schrijft hij in 1662 aan onze gezanten in Engeland) ende 't best van alle myne actiën daerin, dat iele myne superieuren ende vooral my selven moge voldoen, waerin iele niet soude konnen reüsseeren, indien iclt niet haer Ed. Gr. Mo. alleen ende in 't geheel toeschreef de eer ende kracht van al 't gene by haer geresolveert ende in 't werek gestelt wordt". (Brieven van en aan De Witt, dl. IV, blz. 228.)

2) Bor, dl. III, blz. 453. — Bor zelf verklaart, dat „alle lands zaken werden b\j Oldcnbarnevelt's advies en directie beleid". — In later tijd, in 1609, schreef de Engelsche gezant Winwood: Oldenbarnevelt is ongesteld; „in the mean time the States assemble not, and all business, how urgent so ever, stands at a stay." Winwood Papers, III, p. 62.

3) Verantwoordingh, blz. 281. — Elders (Sylloge, II, p. 439) van den Advokaat sprekende zegt hij: „quem cum dico nihil me aliud quam Ordines Hollandiae dicere intelligo."

Jeannin schrijft 28 Januari 1608: „C'est Barnevelt qui a tout fait. Ainsi, que Ie Roi ne trouve étrange, s'il lui plait, si je m'adresse toujours a lui et si son nom est ên tous les endroits de nos lettres; car la verité est que tous ceux qui désirent la paix en 1 assemblée générale, qui est le plus grand nombre, dépendent tellement de lui, qu'ils approuvent sa conduite et tous ses avis, sans les contróler ni autrement considérer". p. 269 (édit. Buchon).

Sluiten