Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nu moest hij, behalve geld, nog troepen afzenden. Het bevel, door Richardot overgebracht, was te uitdrukkelijk om het niet op te volgen; en Mayenne hield dringend aan om bijstand van ruiterij, zonder welke hij tegen de ridders van Hendrik IV niets kon ondernemen. Een uitgelezen ruiterschaar, Walen, Italianen, Spanjaards, daarbij een aantal Belgische edellieden, te zamen achttien honderd man sterk, onder het bevel van Philips van Egmont, werd eindelijk door Parma aan de Ligue te hulp gezonden. Met die macht versterkt, durfde Mayenne Koning Hendrik te gemoet gaan: bij Ivry raakten zij slaags: — niemand die niet weet met wat uitkomst. De witte vederbos van den ridderlijken Koning wees aan zijn strijdlustige edellieden den weg der overwinning; Mayenne's leger werd verstrooid, Parma's ruiters leden na een heldhaftig gevecht een bloedige nederlaag, hun aanvoerder en drie honderd met hem bleven op het slagveld. Een treurig begin, voorwaar, van de Spaansche tusschenkomst in Frankrijk.

Tegen zulke tusschenkomst waren dan ook allen gestemd, die in staat waren over den toestand van Europa en bepaaldelijk over dien van Nederland, te oordeelen. De Belgische grooten keurden haar, als uit één mond, ten sterkste af, en beklaagden zich over den landsheer, die hun veiligheid, zelfs hun vrijheid op het spel zette, om vreemden buitenslands te hulp te komen; zij herinnerden aan de fabel van den hond, die, om het beeld in den waterspiegel te grijpen, het stuk vleesch uit den bek liet glippen: het winnen van de Fransche kroon zou voor een vreemden vorst even onmogelijk zijn, als voor den hond het grijpen van het spiegelbeeld; wat alleen zeker was, was het verlies der Nederlanden, als men ze van de Spaansche troepen ontblootte. Twee mannen van zoo uiteenloopende inzichten, zoo vijandig zelfs tegen elkander gezind, als Parma en Champagny, de broeder van Granvelle, stemden in het afkeuren van de tusschenkomst in Frankrijk volkomen overeen. Van den laatsten onderschepten de Hugenoten een brief, waarin hij den Spaanschen Koning smeekte af te zien van een zoo heillooze onderneming, die op niets minder zou uitloopen dan op het

had brieven van Parma en andere voorname personen voor zich, en geschriften die voor ons niet toegankelijk zijn, onder andere, de Commentarios van Pedro de Castro, den kamerdienaar van Parma. — Verder geeft de Tassis goede berichten, wiens Commentarii in de Analecta van Hoynck van Papendrecht, Tom. II, p. u, zijn afgedrukt. — Ranke's meesterlijke geschiedenis van Frankrgk bevat, uit allerlei ongedrukte bescheiden, een aantal nieuwe bijzonderheden.

Sluiten