Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

76

dat de verdediging van het sterk gelegen Holland en Zeeland en Friesland al was, wat hun hun krachten toelieten te beproeven. Zoo zagen wij hen dan ook, totnogtoe, zich bepalen tot het afweren der aanslagen van Mansfeit op den Bommelerwaard, en van Verdugo in Groningerland. Verder voorzagen en versterkten zij de vestingen, en verbeterden zij den toestand van het krijgsvolk. En zooveel hun maar eenigszins mogelijk wa3, ondersteunden zij Hendrik IV tegen zijn Spaanschgezinde vijanden, overtuigd, dat het lot van Nederland onafscheidelijk aan dat van Frankrijk verbonden was.

De eerste, die moed vatte, om van Parma's verlegenheid gebruik te maken, en hem in zijn eigen gebied te gaan bestoken, was Willem Lodewijk van iriesland. Toen de Spaansche troepen, in het voorjaar van 1590, naar de Fransche grenzen aftrokken, toen het tweede, heviger, oproer onder Parma's krijgsvolk uitbarstte, toen het begon uit te lekken, dat 's vijands vestingen slecht onderhouden en niet genoegzaam voorzien waren, kwam hij in persoon naar Den Haag, en drong er bij de Staten ten sterkste op aan, dat zij de gelegenheid, die zich zoo veelbelovend aanbood, niet zouden verzuimen. Hij rekende hun de kansen voor, die zij hadden van te slagen, de oneenigheid der Spaansche bevelhebbers, de onwilligheid der soldaten, de ziekte van Parma, de afleiding, die de Fransche burgerkrijg verschafte, daarentegen den verbeterden toestand van het leger der republiek, de natuurlijke hulpmiddelen, die de aard van het land en de heerschappij over de stroomen aan een aanvallend leger aanboden. En hoe groot waren de voordeelen, die men kon behalen! Zoo het gelukte, de grensvestingen boven den Rijn te vermeesteren, zou het in het vervolg veel gemakkelijker vallen den rondom gesloten tuin der Nederlanden te verdedigen, dan thans de enkele losse punten en de lange, onversterkte linie daartusschen. Dan zou tevens een uitgestrekte streek van het platte land tegen plundering beveiligd, en daardoor een ruimere opbrengst aan de schatkist verzekerd

zijn; de overwinning zou tot verdere overwinningen kracht geven *).

Zijn redeneering was juist: de ervaring heeft het later bewezen. Maar zij vermocht de Staten nog niet te overtuigen, die vreesden, den vijand, wiens aandacht thans op Frankrijk gericht was, te tarten en tot krachtiger oorlogvoeren aan hun grenzen op te wekken. Zij wilden in allen geval wachten totdat Parma, zooals

•1) Reyd, blz. 160.

Sluiten