Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de honderd. Uit een onbepaald getal vaandels, doorgaans tien o£ twaalf, vormden zich regimenten, overeenkomstig de tercio's der Spanjaarden.

Het voorname wapen was nog steeds de piek, een onontbeerlijk wapen, zoolang de bajonet nog niet was uitgevonden, waardoor het geweer, wanneer het noodig is, als piek kan dienen. Bij den aanvang van den oorlog had als regel gegolden: één vuurwapen tegen drie pieken '); allengs nam het getal vuurwapens toe; aan het eind van ons tijdvak vinden wij reeds twee vuurroeren tegen ééne piek 2). Het vuurroer was eene zware lompe haakbus, waarmee kogels werden geschoten, die een goed harnas niet eens doorboorden. Een nieuwere uitvinding was het musket, nog zwaarder dan de -haakbus, maar verder en met meer kracht dragend. De eerste van deze soort had Alva uitgedeeld onder zijn krijgsvolk, dat hij met zich naar de Nederlanden bracht 8). Maurits voerde ze in goeden getale bij zijn soldaten in.

De soldaat had zich zijn wapenen en krijgsbehoeften zelf aan te schaffen; van daar dat niet zelden te midden van den slag de voorraad ongenoegzaam bevonden werd, en soms zelfs het wapen onbruikbaar bleek te zijn. Eveneens had hij zelf voor zijn leeftocht te zorgen; meestal deed hij zich bij een zoetelaar in den kost. Van wanbetaling der soldij leed hij dus veel gevoeliger dan onder ons tegenwoordig beheer het geval zou zijn; hij werd er bijna door gedwongen te rooven om te leven. Voor zijn oefening in den wapenhandel werd evenmin door de oversten zorg gedragen; hij had zich zelf, zoo hij wilde, te oefenen, en verder leerde hij zijn handwerk al doende; vandaar de hooge prijs, waarop oud krijgsvolk gesteld werd: de nieuw geworven manschap, daarbij ingelijfd, moest er den krijgskunst gaandeweg van leeren. Yan exerceeren kwam niet in; t>p het slagveld werd weinig gemanoeuvreerd: de veldheer stelde zijn troep in slagorde, meest op ééne vrij diepe lijn, soms wel twee en twintig gelederen diep; eens geschaard kon hij ze bezwaarlijk bewegen, en niet dan in massa *).

1) Badoero, Relaz., p. 192.

2) Veertig piekeniers tegen dertig musketiers en vier en dertig schutten in het vaandel: zie van Meteren, B. XIX, f. 395.

3) Brantome, Ie Duc d'Albe: Hommes illustres estrangers, V, p. 76 (Londres 1779).

4) Een merkwaardige beschrijving van het Staten-leger, xooals het ongeveer het jaar 1580

was samengesteld, levert een zeldzaam pamflet, dat ten titel draagt: „Emanuel-Erneste, dialo-

gue entre deux personnages", etc. (Meulman, N*. 489). De beschrijving is te breedvoerig om ze

hier in haar geheel over te nemen; ik schrijf slechts de belangrijkste zinsneden af: „(Erneste)

Mais voyons ce qui concerne le maniement des armes. Premierement, on a peu de chiefz

Sluiten