Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laag zou het hem moeilijk vallen zich in zijn schuiten te redden. Als Maurits had durven doortasten (zoo beweren althans de Spaansche krijgskundigen) zou hij Parma's macht geheel en al hebben kunnen vernielen *). Maar Maurits was te voorzichtig om een zeker voordeel tegen een onzekere kans op nog grooter gewin in de waagschaal te stellen; hij achtte genoeg gedaan te hebben als hij zijn geduchten tegenstander tot den aftocht kon nopen. En Parma zag slechts naar een voorwendsel uit, waaronder hij, zonder schande, het beleg van Knodsenburg mocht opbreken. Juist van pas kwam op dit tijdstip zijn gezant Idiaquez uit Spanje in het leger terug, met het dringend bevel van den Koning, dat Parma, zonder zich om de Nederlanden te bekommeren, zoo spoedig mogelijk opnieuw naar Frankrijk zou trekken. Een uitmuntend voorwendsel, door den landvoogd met een ontevreden gelaat, maar met een blij gemoed aangegrepen; zijn krijgsroem handhaafde hij door een meesterlijken terugtocht over de rivier, onder het oog van het leger der Staten; zonder verlies kwam hij in Brabant terug.

Voorwaar, Maurits had reden om tevreden te zijn: zijn gewichtige veroveringen had hij tegen den bekwaamsten der Spaansche veldheeren behouden. En, nu deze aftrok en zich naar Frankrijk verwijderde, bleef de kans op nog grooter voorspoed open, want nog drie maanden van dit jaar waren voor den veldtocht geschikt. Natuurlijk lokte het belangrijke Nijmegen, in zijn benarden toestand en misnoegde stemming, tot belegering uit; maar de Spaansche troepen hielden zich nog bij Maastricht op; eer die vertrokken waren, scheen de aanval te gewaagd 2). Om hun vertrek te bespoedigen , besloot de krijgsraad, na langdurig beraad, den vijand door een krijgslist zorgeloos te maken, en in schijn het leger te ontbinden en naar de winterkwartieren te zenden. Die list gelukte volkomen. In den waan, dat geldgebrek de Staten tot werkeloosheid dwong, deed Parma zijn krijgsmacht naar Frankrijk wegtrekken. Doch nu had Maurits plotseling zijn vaandels weer bijeen, zijn geschut en voorraad opnieuw ingescheept, en op het onverwachtst overviel hij het onbewaakte en onverzorgde Hulst. Eer

1) Coloma, p. 132. Maurits zelf schrijft: „wir vermeinten ime (Parma) uf den rücken zu kommen, er hette sich aber zuriell geeilit." Archives, Ilde série, I, p. 172.

2) „Man hat vermuetung das Nimmegen mit ernst sol belegert und angriffen werden; so lang aber der feindt bei Mastricht ligt, kan es nit geschehen." Reyd aan Stöver, 16 Augustus 1591. Archives, IIde série, I, p. 176.

Sluiten