Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met hem zou de ketterij den troon bestijgen. Overigens sprak alles in zijn voordeel: zijn belangen waren geen andere dan die der natie; eeuwen lang hadden Koning en volk samengespannen tot vernedering van een overmoedigen adel, tot verheffing der eenheid van den staat boven de verscheidenheid der provinciën. Werd Hendrik Koning, dan bleef die natuurlijke samenwerking voortduren; in hem zou het volk een beschermer vinden van zijn rechten tegen de grooten, van zijn onafhankelijkheid tegen de naijverige buren. Won daarentegen de Ligue, in verbond met Spanje, den strijd, dan werd Frankrijk naar buiten machteloos en ondergeschikt, inwendig verscheurd en onder het beheer der gevreesde grooten verdeeld. Kon de natie blijven weifelen voor wien zij partij zou kiezen? +

En kon aan den anderen kant de Koning in een godsdienst volharden, die hem van zijn volk vervreemdde ? Daartoe was zijn overtuiging niet vast genoeg: de herinnering zijner jeugd, het eergevoel, dat hem verbood zijn trouwen geloofsgenooten ontrouw te worden, meer dan inzicht in de dwalingen van het katholicisme, hielden hem nog bij zijn belijdenis. Maar reeds had hij beloofd zich in de katholieke leer te laten onderrichten, en daardoor te kennen gegeven, dat zijn bekeering niet onmogelijk was. Thans dreef hem zoowel eigenbelang als belangstelling in het lot van Frankrijk tot „den gevaarlijken sprong". Door roomsch te worden kon hij de kroon bemachtigen en tevens het vaderland redden; terwijl de Staten te Parijs de anti-nationale plannen der Ligue overwogen, besloot hij zijn zwakke overtuiging aan het staatsbelang op te offeren. In ééne zitting hadden de bisschoppen, die hij raadpleegde, hem van de waarheid der roomsche kerkleer overtuigd. Reeds den volgenden Zondag werd hij in de kerk van St. Denis, waar zoovele allerchristelijkste Koningen, zijn voorgangers , begraven lagen, door den aartsbisschop van Bourges met de Kerk verzoend, en door de tallooze menigte met blij gejuich als haar Koning begroet. De Ligue, die thans geen algemeen erkende reden van uitsluiting tegen Hendrik meer kon aanvoeren, sloot wapenstilstand voor drie maanden met hem: zij zou intusschen den Paus raadplegen; bezegelde die de absolutie, door de Fransche geestelijkheid verleend, dan zou de verzoening van vorst en volk niet lang meer uitblijven. De eenige kans, die aan Philips overschoot, was de mogelijkheid dat hij den Paus bewoog de absolutie te weigeren. Maar zelfs in dat geval was het twijfelachtig, of Frankrijk meer naar Rome dan naar zijn Koning zou hooren.

Sluiten