Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontevreden en muitziek. De lichte ruiterij, reeds sedert lang oproerig, kwam het eerst in openlijken opstand. Juist toen haar dienst tot ontzet van Geertruidenberg gevorderd werd, in het begin van Mei, verliet zij eigendunkelijk haar kwartieren, verraste St. Pol in Artois, koos zich een raad van bestuur, en begon in de stad en omstreken zware contributiën te heffen. De ruiters waren in den beginne slechts driehonderd vijftig man sterk; vijf honderd voetknechten voegden zich weldra bij hen. En zoo slecht was de geest der overige troepen, dat Mansfeit ze niet tegen de muiters durfde aanvoeren, maar ze integendeel uit de nabijheid verwijderde om hun het kwade voorbeeld niet voor oogen te stellen. Alleen door betaling hoopte hij de opstandelingen te bevredigen en tot hun plicht te brengen.

Onder deze omstandigheden verliep de zomer; in het najaar ontving hij van zijn vader een aanzienlijke som, en begon, zoover die strekte, de achterstallige soldij af te doen. De muiters, die zich gevreesd hadden gemaakt, kregen aanzienlijk meer da'n de regimenten, die gehoorzaam waren gebleven. Het kon niet anders of dit moest dezen verdrieten. Indien muiterij inderdaad aanspraak gaf op hooger loon, wilden allen dit verdienen. De Italianen, sedert Parma's dood teruggezet en wrevelig, volgden het gegeven voorbeeld, en kwamen insgelijks in opstand: een regiment van negen honderd man te voet en vierhonderd ruiters rukten plotseling naar Henegouwen, namen bij Port sur Sambre een vaste stelling in en begonnen het omliggende land te brandschatten, zooals in Artois de Spanjaarden deden; van alle kanten, tot zelfs uit Friesland stroomden hun overloopers in menigte toe; in tien dagen waren zij reeds tot duizend ruiters en twee duizend voetknechten aangegroeid. Er was geen geld voorhanden om hen te betalen en aan andere middelen van bedwang werd zelfs niet meer gedacht. Dus bleven zij een jaar lang de ongelukkige bevolking uitplunderen, zonder tot eenig krijgsbedrijf mee te werken. En eer zij door afbetaling weer tot hun plicht waren gebracht, was er alweer elders een nieuwe muiterij ontstaan '). Was het te verwonderen, dat onder zulke wanorde 's Konings zaken teruggingen ?

1) Coloma, p. -209, 220, 267. — Carnero, p. 301. — Vgl. den brief uit Wesel bii Bor, dl. UI, blz. 718. ' J

Sluiten