Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid maken en nitstel vragen, dan moest de gezant hem nit 's Konings naam dringend verzoeken, dat hij eindelijk voorgoed afstand wilde doen van zijn eigen aanspraak, en erin toestemmen dat zijn broeder Ernst de door hem versmade bruid ten huwelijk kreeg, en zich dan tevens verbinden mee te werken om Ernst tot Roomsch Koning te doen verkiezen. Maar de Keizer kon evenmin besluiten zijn plannen op te geven als ze uit te voeren. Te vergeefs beijverde zich Khevenhiller om den besluitelooze tot het nemen van eenig besluit te bewegen. De toezegging der Nederlanden als bruidschat was hem, naar het schijnt, te voorwaardelijk en te onzeker, en buitendien wenschte hij nog Milaan daarbij voor huwelijksgoed 1). Terwijl hij zich bedacht, was Parma in ongenade gevallen, en in diens plaats bood thans Philips aan Ernst de lood voogdij der Nederlanden aan. Het was te voorzien, dat de nieuwe landvoogd, als Rudolf bleef aarzelen, met de hand van Isabella en met haar huwelijksgoed begunstigd zou worden. Volgaarne nam Ernst 'sKonings aanbood, onder zoo schitterende vooruitzichten, aan. Schoonzoon van Philips, koning van Frankrijk, althans heer der Nederlanden hoopte hij te worden, Roomsch Koning en later Keizer in zijns broeders plaats, misschien nog Koning van Spanje daarenboven: de kroon van Karei den Groote scheen binnen zijn bereik! De Keizer, toen hij vernam wat er, buiten hem om, tusschen Philips en zijn broeder besloten was, gevoelde zich bedrogen en in zijn eer getast, en hij ontstak in zoo hevigen toorn, als zijn hartstochteloos gemoed slechts zelden beroerde: de bruid, die hij aan niemand gunde, al begeerde hij ze niet voor zichzelf, zou aan een ander macht en eere aanbrengen: misschien zou de invloed van Philips hem nog ten behoeve van dien schoonzoon van de keizerlijke waardigheid zelf berooven. — Had hij in de toekomst vooruit kunnen zien, hij zou geen reden gevonden hebben om zijn broeder te benijden: een jaar van zorgen en hartzeer en een vroegtijdige dood was al wat deze tegemoet ging.

vrede te bemiddelen. Dat van hem, en niet van Philips, die zending uitging, blijkt uit Khevenhiller, III, S. 850. Waarschijnlijk dacht hij aoor het bevredigen der Nederlanden zijn eigen belangen te bevorderen. Zijn gezanten, die in 1600 in Oen Haag vertoefden, deelden aan de Buzanval mede: „que 1'empereur estoit peu content que son frere luy eust arraché ces provinces des raains, les quelles si on eut laissé tomber aux siennes, il y mettoit la paix infailliblement par la règle de vie qu'il y eust pu imposer, conforme a celle de 1'Empire". Corresp. de Buzanval, tweede gedeelte, p. 230.

1) Toen later Albrecht de Infante gehuwd, en als huwelijksgoed de Nederlanden gekregen had, beklaagde zich de Keizer, dat hem omtrent de Nederlanden nooit een eigenlijke toezegging gedaan, en op zijn verzoek om Milaan zelfs niet geantwoord was. Khevenhiller, IV, S. 1845.

Sluiten