Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den vorsten, dat men den ketters geen woord moest honden, als de Kerk daardoor benadeeld werd; nu weigerden de ketters alle geloof aan de verzekering der vorsten: niemand zag zich meer bedrogen dan de bedrieger zelf ').

Er schoot den teleurgestelden landvoogd niets over dan den oorlog voort te zetten. Maar hoe zou hij dien voeren? Zijn schatkist was ledig, zijn crediet uitgeput. De zilvervloot, die ieder jaar de schatten der Indien naar Spanje overbracht, bleef juist dit jaar langer dan gewoonlijk uit; de onderwerping van Arragon, dat zijn geschonden privilegiën te vergeefs tegen den Koning had trachten te verdedigen, en in het vorige jaar met geweld van zijn overoude vrijheid was beroofd, had het geld dat voorhanden was, en nog meer daarenboven verslonden 2); en geldgebrek te Madrid had voor België verwarring, muiterij en nederlagen ten onvermijdelijken gevolge. De kooplieden, die hun geld tegen hooge rente aan de Brusselsche regeering hadden voorgeschoten, konden geen terugbetaling op den bepaalden tijd erlangen, en moesten zich tevreden stellen met een plakkaat, dat hun toestond hun betalingen insgelijks uit te stellen, tegen vergoeding van een half percent 's maands aan de schuldeischers. De verwarring en de ontevredenheid daalden door deze vergunning tot in de laagste klasse des volks neder.

Wie zich lieten uitstellen, de soldaten niet; heviger dan ooit heerschte onder hen de geest der muiterij. De eerste gelden die Ernst beschikbaar had gehad, waren aan de oproerigen van St. Pol en Pont sur Sambre uitgegeven; de muiters te Sichem vorderden zoo buitensporig veel, dat aan hun eischen niet te voldoen was; tegen hen besloot de anders zachtmoedige Ernst, waarschijnlijk op aansporen van Fnentes en Ibarra, geweld te gebruiken; hij liet met dat doel Spaansche soldaten oprukken. Maar op het eerste bericht van die toebereidselen trokken de be-

1) Over de eigenlijke beteekenis der spreuk van Lodewijk XI, zie mijn opmerking in de „Spectator" van 1890, blz. 105. — Telkens, als de Staten vredehandel met den Spanjaard weigeren, beroepen zij zich op de roomsche spreuk: „haereticis non esse servandam fidem." Men zou kunnen meenen, dat de vrees voor de toepassing van dien regel slechts voorgewend, of althans ongegrond was. Doch bij nader inzien vinden wij hun bezorgdheid maar al te zeer gereohtvaardigd. De toenmalige Paus, Clemens VIII, durfde aan den Franschen gezant, Kardinaal d'Ossat, verklaren, dat Hendrik IV den eed, aan Elisabeth en de Vereenigde Nederlanden gezworen, niet een gerust geweten breken kon: „que ce serment avoit été fait a une hérétique, et que S. M. avoit fait un autre premier serment a Dieu et a lui, Pape." Zie Lettres du Cardinal d'Ossat, II, p. 861.

2) Ik behoef wel niet te herinneren aan het leerrijke werk, waarin Mignet dien vrijheidskamp der Arragoneezen beschreven heeft: Anionio Perez et Philippe II.

Sluiten