Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Laiksche eenige vaste punten aan de Maas bij overrompeling te nemen, om daardoor den tocht van zijn Brabantsche vestingen naar Luxemburg zeker te maken. Op drie plaatsen te gelijk, op Maaseyk, Hasselt en Hny had hij het gemunt: op denzelfden dag zouden alle drie verrast worden; hij rekende daarbij op de medewerking van de talrijke protestanten en van de nog veel talrijker vijanden der rijke geestelijkheid; zelfs in de hoofdstad had hij een partij, die zijn plannen begunstigde '). Uit wat oorzaak weten wij niet recht, maar van al deze aanslagen is er slechts een beproefd , en die is dan ook gelukt: Heraugière, dezelfde die indertijd Breda verrast had, en die thans gouverneur van die vesting was, overrompelde met zijn oude behendigheid het kasteel van Huy. Er was aan het behoud van die sterke, bijna onneembare vesting veel gelegen 2). Zij lag juist halverwege tusschen Luik en Namen aan de Maas, zij had een steenen brug over de rivier, op het juiste punt van verbinding tusschen Luxemburg en Breda, zij was dus voor de samenwerking met Bouillon en Hendrik 1Y van het hoogste belang. Maar buitendien was zij bijzonder gunstig gelegen, om van daaruit Brabant en de Waalsche gewesten af te loopenen in hun verkeer te belemmeren. Maurits was van plan de muiters van Sichem, die, voor een aanval der Spanjaarden beducht, bij hem steun gezocht hadden, in de stad te vestigen — van het kasteel dacht hij zich door Hollandsche bezetting te verzekeren — en door hen het omgelegen land in onrust te houden 8); de oorlog zou op die wijs naar 't hart van 's vijands gebied verplaatst zijn. Maar de vrees voor zoo dringend gevaar wekte de Belgische regeering tot ongewone werkzaamheden op: de muiters werden door teegeeflijkheid van het voorgenomen overloopen teruggebracht ; met den bisschop van Luik, dien Hendrik IV tevergeefs tot berusting in den aanslag der Staten had zoeken te stemmen 4),

schrijvers gebrekkig en oppervlakkig verhaald. Alleen Delrio kent den omvang van Maurits' plannen en de toedracht der zaak in de hoofdstad van het bisdom. Bij hem kan men de bijzonderheden nalezen. Meerbeecke heeft ze van hem in zijn Chroniick overgenomen.

1) In 1586 waren al de protestanten, die zich niet bekeeren wilden, uit het bisdom verbannen; natuurlijk was er een aantal in naam tot de Kerk teruggekeerd, inderdaad haar vijandig gebleven, en geneigd tot omwenteling met behulp der protestantsche Nederlanden, als het kon. — In 1619 werden nog Luiksche burgers terecht gesteld, verdacht van „met raalcanderen te practiseren, met hulpe der Staten haer meysters te maken van de stad van Luyck," Baudartius, B. XI, blz. 8.

2) Zie Maurits' brief, b\j v. d. Kemp, II, blz. 132.

3) Journaal van Duyck, I, blz. 572. Van Meteren, B. XVIII. f. 351. Bor. IV. blz. 36.

4) Coloma, p. 288.

Sluiten