Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Villars zijn leger en zijn leven. Door zooveel voorspoed tot telkens grooter ondernemingen aangespoord, durfde nu de Spanjaard zelfs Kamerijk aantasten, een vesting van den eersten rang, in uitmuntenden staat van verdediging, van een uitgelezen Fransche bezetting onder Baligni voorzien. Vooral Henegouwen en Artois hadden belang bij de verovering van die plaats, want daaruit plunderde en brandschatte Baligni hun platte land verschrikkelijk. Met alle macht 4 hielpen zij dan ook Fuentes bij deze gelegenheid; zij stelden hem in staat om met twaalfduizend voetknechten en drieduizend ruiters de stad te omsingelen. Toch zou waarschijnlijk het lange beleg vergeefsch zijn geweest: reeds kwam Koning Hendrik in aller ijl tot het ontzet aanrukken; maar de burgerij, door den Koning aan Baligni prijsgegeven en door dezen schandelijk mishandeld, haakte naar verlossing, op wat wijs dan ook. Terwijl de bezetting, door het voorbeeld van Baligni's heldhaftige echtgenoot aangemoedigd, het tot het uiterste dacht vol te houden, en moedig op de wallen streed, bemachtigden de opgestane burgers de poorten en lieten den vijand binnen; het kasteel, waarheen de soldaten de wijk namen, moest een paar dagen later worden overgegeven. In handen der Spanjaarden werd nu de vesting even geducht voor de Fransche grensprovinciën, als zij vroeger voor de Nederlandsche geweest was.

Met diepe smart vernam Hendrik de onverwachte overgaaf; hij was reeds nabij en had gehoopt nog intijds tot ontzet aan te komen. Maar al kwam hij te laat om Kamerijk te behouden, toch deed zijn tegenwoordigheid in Picardië onberekenbaar veel goed; want de ontsteltenis was er zoo groot en de verwarring zoo algemeen, dat zonder '« Konings tijdige aankomst nog veel meer verloren zou gegaan zijn. Daarom besloot Hendrik vooreerst aan de Nederlandsche grenzen te blijven: en, niet tevreden met te beveiligen wat de vijanden bedreigden, zocht hij vergoeding voor het verlorene en begon La Fère te belegeren, de sterke wapenplaats der Spanjaarden in Frankrijk, hun door de Ligue ingeruimd, van weinig minder beteekenis dan Kamerijk zelf. Deze belegering hield hem den geheelen winter bezig, en intusschen ondernamen de v Spanjaarden niets van belang.

De Koning was zeer verstoord op zijn bondgenooten; al zijn tegenspoed weet hij aan hen. Hij had erop gerekend, dat zij hem, zoodra zijn oorlogsverklaring hun wantrouwen had beschaamd,

24 Juli 1495, kennis geeft, in de Bullet. de la Coram. royale d'hist., 2« série, t. V, p. 224.

Sluiten