Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienstzaken aan de bijzondere gewesten bleef voorbehouden. Het hing nu van de zuidelijke gewesten zelf af, of zij op zulke voorwaarden in de Unie komen en de Spaansche troepen en de Spaansche regenten uitdrijven wilden; in dat geval konden zij zeker zijn van de reeds bevrijde provinciën bereid te vinden om hun daartoe met alle macht te helpen.

Tegen de oprechtheid der Staten stak in dit geval de veinzerij der Spanjaarden ongunstig af. Niet slechts werd het bekend, dat Havré in al zijn doen de Spaansche regeering geraadpleegd had; het bleek verder met hoe verraderlijke bedoelingen de geheele handel was aangelegd. Er werden brieven onderschept, waarin die bedoelingen, als een zaak die men zich niet behoefde te schamen, koel en kalm beredeneerd werden. De vredehandel was een geschikt oorlogsmiddel, waardoor de zuidelijke gewesten gepaaid , en de noordelijke misleid en in oneenigheid gebracht konden worden; het doel, dat men ermee voor had, zou bereikt wezen, als de oorlog maar een poos stil stond, lang genoeg om Fuentes te vergunnen met onverdeelde macht Frankrijk ten onder te brengen; na Frankrijk zou de beurt weer aan de Nederlanden komen, die dan, van Frankrijk's hulp verstoken, en misschien wel onderling verdeeld, des te gemakkelijker te overwinnen zouden zijn. Dat was de korte inhoud van een uitvoerigen brief van Tassis, tijdens de onderhandeling naar Madrid aan 's Konings raad gezonden, maar onderschept. Dezelfde strekking had een brief van den gèleerden, doch weinig achtenswaardigen, Lipsius, die, eveneens tegen de bedoeling van den schrijver, werd uitgegeven 1). Lipsius was eenige jaren lang het sieraad geweest van de jeugdige hoogeschool van Leiden, maar uit kwalijk begrepen eigenbelang vandaar weggegaan, of liever weggeloopen, naar Leuven, waar nu zijn beroemde naam aan de diep vervallen akademie eenigen luister bijzette. Hij had van nabij de schaduwzijde der Statenregeering bespied; hij kende de uiteenloopende inzichten der regenten, de onzuivere bedoelingen van sommigen, de zelfzucht van velen. Hij bespeurde de nog verborgen kiemen van godsdienstige en staatkundige tweedracht, die in een later tijdvak zoo bittere vruchten hebben voortgebracht. Hij begreep, dat, om die te doen ontkiemen, niets noodig was, dan het ophouden van het gevaar, dat tot nog toe allen tot eendraehtig samenwerken

1) In Holl. vertaling bij Muller n*. 380. In de latijnsche uitg. bij Eiserier van 1633 (Dissertaiiones de Induciis Belli Belgici) heet de brief „nunc primum edita."

Sluiten