Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd, door die bewerking verduurzaamd, een voorwerp van handel. De visscherij, tot nu toe in het klein, alleen ter vervulling van eigen behoeften gedreven , werd groote visscherij, een bedrijf voor duizenden. Terstond namen duizenden Hollanders en Zeeuwen het bij de hand; elk jaar zag meer en grooter vaartuigen aanbouwen; een halve eeuw na Willem Beukelsz. kon Xarel de Stoute aan Eduard IV, bij diens terugkeer naar Engeland, reeds vijfhonderd Hollandsche en Zeeuwsche schuiten bijzetten *).

De haringvaart werd een goudmijn: „meer goud en zilver dan andere volken met zwaren arbeid uit den grond delven, visschen de Hollanders uit de zee," zegt Keizer Karel's lijfarts, Marliani 2). „Hoe zal ik de voordeelen der haringvaart naar waarde beschrijven," vraagt Hadrianus Junius, een halve eeuw later, „daaraan hangt het heil en het bestaan van niet maar een enkele stad, maar van vele steden; Oudewater, Woerden, Rotterdam, Schiedam, Den Briel, geen onaanzienlijke plaatsen voorwaar, leven meest van deze nering van het varen, van het uitrusten der schepen, van het touwslaan en het netten breien. Naar de vangst goed of kwalijk uitvalt, vaart de menigte insgelijks goed of kwalijk" 3).— De jaarlijksche opbrengst der visscherij wordt door Guicciardini op een half millioen ponden Vlaamsch berekend 4).

Van die haringnering nu waren Holland en Zeeland, niet de zuidelijke gewesten, de zetel. Wij bezitten een officieele „Declaratie van de visscherijen in Holland, Zeeland en Vlaanderen, van omstreeks het jaar 1562 5); daarin wordt het getal buizen en booten der provinciën op zevenhonderd begroot, waarvan Vlaanderen honderd, Zeeland tweehonderd en Holland vierhonderd bezit; die van Zeeland en Vlaanderen zijn slechts kleine booten; Holland alleen heeft groote buizen van wel zesenveertig last, Holland en Zeeland hebben dus nagenoeg de geheele visscherij van Neder-

1) „Le Roy EJouard estant 4 Douvres, pour son passage, luy envoya ledit Duc de Bourgogne bien cinq eens basteaux de Hollande et Zélande, qui sont plats et pas de bord et bien propices a porter chevaux, et s'appellent sertes, et vindrent de Hollande." Commines, IV, 5. — Welk woord ligt in sertes verscholen? schuiten (scutes) of schouwen (scaus, zooals in de Archives, ie Série, II, p. 86, geschreven wordt)?

2) Aloysius Marlianus. ,de Hollandiae Uudibus," in Scriverii Batavia Ulustrata, p. 123.

3) Batavia, p. 203. Dit werk, in 1588 uitgegeven, is tusschen 1565 en 1569 geschreven ; de latere gebeurtenissen zijn slechts in den oorspronkelijken tekst ingelascht. Het beschrijft ons dus den toestand van voor de troebelen.

4) P. 31.

5) Bij Dodt van Flensburg, Archief voor kerkel. en wereldl. gesch., IU, blz. 78. — De opgaven van Junius en Guicciardini komen met deze Declaratie vrij wel overeen.

Sluiten