Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der jeugdige Academie van Leiden; Gomarus, de vlagvoerder der rechtzinnige theologanten; Plancius de predikant-kosmograaf; Van Meteren, de koopman-geschiedschrijver; De Moucheron, de eerste ondernemer der Indische tochten om het Noorden; Wsselincx, de ontwerper der West-Indische Compagnie en van de volksplantingen in Amerika; zooveel anderen, te veel om ze allen op te noemen, waren Belgen van afkomst: dezelfde Wsselincx, dien wij noemden, verzekert ons, dat meest al de facteurs, die over geheel Europa de Hollandsche handelsbelangen behartigden, uit de overheerde landen afkomstig waren '). Dat was het nieuwe bloed dat, in de aderen van Holland opgenomen, het verjongde en verlevendigde, en voor een eeuw tot den wakkersten, krachtigsten staat van Europa maakte.

Weldra, toen het oorlogstooneel buiten de palen van Holland en Zeeland verlegd was, begonnen die twee gewesten hun voordeel te doen met den rampspoed der rijkere provinciën van het zuiden: door het geweld van den krijg vandaar gedreven, werden handel en nijverheid herwaarts gelokt. Nauwelijks was Antwerpen door Parma genomen, of de (reuzen sloten den mond der Schelde, waarlangs het de schatten van het Oosten en Westen placht te ontvangen; de dus verstoorde handelsbeweging wisten zij naar hun eigen havens te leiden, vooral naar Amsterdam, dat toch reeds meer en meer, uit andere oorzaken, de zetel werd van den handel op het Noorden. Zoo werd Holland in de handelswereld de opvolger van Brabant en Vlaanderen, de erfgenaam van den roem, dien deze zich verworven hadden: de eerste Hollandsche vaartuigen, die aan de IJszee verschenen, werden door de Russen Brabantsche schepen genoemd; de eerste Hollanders, die op Java aanlandden, gingen bij de Portugeezen voor Vlamingen, „Flamengos", door 2). Maar het duurde niet lang, of ieder ingezetene van Noord-Nederland heette bij iedere natie Hollander: die naam werd,

pensionaris van der Gouwen, d'ontfanger van Noord-Holhnt en meer anderen; de pensionaris van Amsterdam een Mechelaer.... die van Delft en Dort Vlamingen; in de Generale Staten zelfs de grifier, agent ende huisiers alle Brabanders." Kron. v. h. Histor.

Genootsch. xi, blz. 235.

1) Bedenckinghen over den staet van de Ver. Nederl. nopende de Zeevaert, Coophandel ende de gemeyne Nering in deselve, (1608): ook, in uittreksel, bij van Meteren,

B. xxii, f. 594. In een ander geschrift, achter het „Octroy der nieuwe Zuyder

Compagnie in Zweden" (1627), zegt dezelfde, dat het meerendeel des krijgsvolks van Noord-Nederland bepaaldelijk der Oversten, Capiteinen en Officieren, uitgewekenen of zoons van uitgewekenen waren.

2) Gerrit de Veer, blz. 59. — Het eerste boek der O. I. Navigatie, blz. 32.

Sluiten